Kennisbank voor het notariaat
Wetstoelichting

Doorschuifregeling bij verkrijging AB-aandelen krachtens erfrecht (art. 4.17a Wet IB 2001)

Bijgewerkt tot 26-02-2024 Auteur De redactie

1 InleidingVoor de heffing van inkomstenbelasting wordt de overgang krachtens erfrecht onder algemene titel alsmede de overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel van een pakket aanmerkelijkbelangaandelen aangemerkt als een vervreemding (art. 4.16 lid 1 onder e Wet IB 2001). De overgang krachtens erfrecht leidt derhalve in beginsel tot de verplichting af te rekenen over het vervreemdingsvoordeel. Dit is het positieve of negatieve verschil tussen de waarde in het economische verkeer…

Verder lezen?

Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.

Geen inloggegevens?

Heeft u nog geen inloggegevens, dan kunt u een abonnement afsluiten.

Bent u werkzaam op het notariële en/of fiscale werkterrein en wilt u het gebruik van Via Juridica ervaren?
Vraag een gratis proefabonnement aan en probeer Via Juridica één maand uit!

Voor (voltijd)studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar.


Gebruikers van Via Juridica

Bekijk alle

Wetteksten


Artikel 4.17a Uitzondering bij overgang krachtens erfrecht

Artikel 4.17a Uitzondering bij overgang krachtens erfrecht

  • 1

    De overgang krachtens erfrecht onder algemene titel of onder bijzondere titel wordt op verzoek van de gezamenlijke belanghebbenden niet als vervreemding aangemerkt voor het in het tweede lid omschreven deel van de overdrachtsprijs, indien:

    • a.

      de vennootschap waarop de aandelen of winstbewijzen betrekking hebben, een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 drijft of een medegerechtigdheid als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, houdt;

    • b.

      de aandelen of winstbewijzen bij de erflater niet tot een aanmerkelijk belang op grond van artikel 4.10 behoren;

    • c.

      de verkrijger binnenlands belastingplichtige is en de verkregen aandelen of winstbewijzen geen deel uitmaken van het vermogen van een voor zijn rekening gedreven onderneming en niet tot het resultaat uit een werkzaamheid van hem behoren, en

    • d.

      in geval van een overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel, deze plaats vindt binnen twee jaren na het overlijden.

  • 2

    Indien het eerste lid toepassing vindt, wordt niet als vervreemding aangemerkt het deel van de overdrachtsprijs dat toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap waarop de aandelen of winstbewijzen betrekking hebben.

  • 3

    Dit artikel is met betrekking tot preferente aandelen alleen van toepassing, indien:

    • a.

      de preferente aandelen een omzetting vormen van een eerder door de erflater gehouden aanmerkelijk belang van gewone aandelen;

    • b.

      de omzetting tot preferente aandelen gepaard is gegaan met het toekennen van gewone aandelen aan een ander;

    • c.

      ten tijde van de omzetting tot preferente aandelen de vennootschap waarop de omgezette aandelen betrekking hadden een onderneming dreef als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of een medegerechtigdheid als aldaar bedoeld hield, en

    • d.

      de verkrijger van de preferente aandelen reeds voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is van gewone aandelen als bedoeld in onderdeel b.

  • 4

    Het eerste lid, onderdeel a, is met betrekking tot een medegerechtigdheid alleen van toepassing voor zover dit een medegerechtigdheid betreft die een rechtstreekse voortzetting vormt van een eerder door de vennootschap gedreven onderneming als bedoeld in artikel 3.2, en de vervreemde aandelen of winstbewijzen worden verkregen door een persoon die reeds beherend vennoot is van de onderneming waarop de medegerechtigdheid betrekking heeft, dan wel enig aandeelhouder is van een vennootschap die reeds een zodanig beherend vennoot is.

  • 5

    Ingeval het lichaam waarin de erflater een aanmerkelijk belang heeft direct of indirect een belang heeft in een ander lichaam, worden voor de toepassing van dit artikel de bezittingen en schulden van dat andere lichaam, met inachtneming van de omvang van dat belang, toegerekend aan eerstbedoeld lichaam, mits:

    • a.

      de erflater in dat andere lichaam indirect een aanmerkelijk belang heeft, of

    • b.

      de erflater in dat andere lichaam indirect een belang heeft van minder dan 5% doch ten minste 0,5% en:

      • 1°.

        dat belang bij een van zijn rechtsvoorgangers krachtens erfrecht, huwelijksvermogensrecht of schenking een indirect aanmerkelijk belang heeft gevormd als bedoeld in onderdeel a;

      • 2°.

        dat belang uitsluitend is verwaterd door vererving, overgang krachtens huwelijksvermogensrecht of schenking, en

      • 3°.

        direct voorafgaande aan de verwatering van dat belang tot beneden de 5% dat andere lichaam een onderneming dreef of een medegerechtigdheid hield als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

    Ingeval het aandelenkapitaal van de vennootschap waarin de erflater indirect een belang hield uit meerdere soorten aandelen bestaat, geschiedt de toerekening met inachtneming van de waarde in het economische verkeer van die aandelen. Dit lid vindt met betrekking tot indirect gehouden preferente aandelen alleen toepassing indien deze zijn uitgegeven in het kader van een bedrijfsoverdracht die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.

  • 6

    Voor de toepassing van dit artikel worden als ondernemingsvermogen aangemerkt:

    • a.

      de bezittingen en schulden voor zover toerekenbaar aan de onderneming of medegerechtigdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vermeerderd met:

    • b.

      het beleggingsvermogen tot ten hoogste vijf percent van de waarde in het economische verkeer van de bezittingen en schulden, bedoeld in onderdeel a.

  • 7

    Tot het ondernemingsvermogen, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, wordt niet gerekend een belang in een ander lichaam.

  • 8

    Tot het ondernemingsvermogen, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, worden mede niet gerekend:

    • a.

      onroerende zaken of gedeelten daarvan voor zover die meer dan bijkomstig rechtens dan wel in feite, direct of indirect, ter beschikking zijn gesteld aan een ander, of die daartoe bestemd zijn; en

    • b.

      schulden die rechtstreeks samenhangen met die onroerende zaken of gedeelten daarvan.

  • 9

    Voor de toepassing van het achtste lid, onderdeel a, wordt niet als een ander aangemerkt: een lichaam waarin de erflater ten tijde van het overlijden een direct aanmerkelijk belang als bedoeld in afdeling 4.3, met uitzondering van artikel 4.10, heeft of een indirect belang als bedoeld in het vijfde lid, aanhef en onderdeel a of onderdeel b, aanhef en onder 1° tot en met 3°, heeft.

  • 10

    Het achtste lid is niet van toepassing op een terbeschikkingstelling van los land op grond van een schriftelijke pachtovereenkomst, mits wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 396, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 11

    Onder onroerende zaken als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, worden mede verstaan: appartementsrechten, rechten van opstal en erfpacht of vruchtgebruik van onroerende zaken, dan wel de economische eigendom, opgevat overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, van onroerende zaken of genoemde rechten.

  • 12

    Als ondernemingsvermogen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, wordt mede aangemerkt het in de tweede volzin omschreven deel van een vordering op de verkrijger van aandelen of winstbewijzen die krachtens erfrecht overgaan, of op een vennootschap waarin hij, direct of indirect een aanmerkelijk belang heeft, indien de vordering is ontstaan voor 1 januari 2010 uit hoofde van een overdracht van aandelen of winstbewijzen in een vennootschap, en die vennootschap ten tijde van de overdracht en ten tijde van het toepassing vinden van dit artikel een onderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, drijft.

    Het in de eerste volzin bedoelde deel van de vordering dat mede wordt aangemerkt als ondernemingsvermogen, wordt berekend volgens de formule:

    A = V x O/T, doch maximaal O

    waarin voorstelt,

    A: de waarde in het economische verkeer van het in aanmerking te nemen deel van de vordering ten tijde van het toepassing vinden van dit artikel;

    V: de waarde in het economische verkeer van de vordering ten tijde van het toepassing vinden van dit artikel;

    O: de waarde in het economische verkeer van het ondernemingsvermogen, bedoeld in het zesde lid, van de vennootschap waarop de vordering bestaat ten tijde van het toepassing vinden van dit artikel;

    T: de waarde in het economische verkeer van alle bezittingen en schulden van de vennootschap waarop de vordering bestaat ten tijde van het toepassing vinden van dit artikel.

  • 13

    Hetgeen binnen twee jaren na de ontbinding van een huwelijksgemeenschap door overlijden bij de verdeling van die gemeenschap meer aan tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen dan overeenkomt met de evenredige gerechtigdheid van de overledene in die aandelen wordt toebedeeld aan de nalatenschap, is een vervreemding van de langstlevende echtgenoot welke voor de toepassing van dit artikel en artikel 4.39a gelijk wordt gesteld met een overgang krachtens erfrecht en waarbij de langstlevende echtgenoot als erflater wordt aangemerkt.

  • 14

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel.


Kennisdossiers

Titel Categorie
Titel Afwikkeling en vereffening nalatenschap Categorie Erfrecht
Titel Wettelijk erfrecht Categorie Erfrecht
Titel Gemeenschap van goederen Categorie Familievermogensrecht
Titel Huwelijkse voorwaarden Categorie Familievermogensrecht
Titel Bedrijfsopvolging Categorie Belastingrecht
Titel Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) Categorie Belastingrecht
Titel Doorschuifregelingen Categorie Belastingrecht

Rechtspraak

Titel Instantie Datum Nummer
Navordering bij echtgenote van erflater vanwege niet maken van keuze bij wie gemeenschappelijk inkomensbestanddeel moet worden belast Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum 22-07-2021 Nummer ECLI:NL:RBNNE:2021:3158
Geen doorschuiffaciliteit wegens ontbreken voortgezet ondernemerschap en materiële onderneming Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum 26-11-2019 Nummer ECLI:NL:GHARL:2019:10149
Verzoek toepassing doorschuifregeling art. 4.17a Wet IB 2001 alleen mogelijk door gezamenlijk belanghebbenden, maar in casu geen materiële onderneming Instantie Rechtbank Gelderland Datum 19-12-2018 Nummer ECLI:NL:RBGEL:2018:5556
Duurzaam aan BV onttrokken gelden vormen geen ondernemingsvermogen voor doorschuiffaciliteit Instantie Hoge Raad Datum 21-09-2018 Nummer ECLI:NL:HR:2018:1699
Omvangrijk liquide vermogen wordt toch aangemerkt als ondernemingsvermogen voor de bedrijfsopvolgingsregeling IB Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum 05-09-2017 Nummer ECLI:NL:GHARL:2017:7794

Wetsvoorstellen

Titel Dossiernr. Status Samenvatting
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 Dossiernr. 36421 Status In behandeling bij de Tweede Kamer Samenvatting -
Overige fiscale maatregelen 2011 Dossiernr. 32505 Status In werking getreden Samenvatting -
Fiscale verzamelwet 2010 Dossiernr. 32401 Status In werking getreden Samenvatting -
Overige fiscale maatregelen 2010 Dossiernr. 32129 Status In werking getreden Samenvatting -

Beleidsbesluiten

Titel Instantie Datum Nummer Samenvatting
Instantie Ministerie van Financiën Datum 04-09-2012 Nummer BLKB2012/101M Samenvatting Dit beleidsbesluit is ingetrokken bij besluit van 9 maart 2018 (nr 2018-27139).Het beleidsbesluit inzake de aanmerkelijkbela…
Titel Instantie Datum Nummer Samenvatting
Instantie Ministerie van Financiën Datum 04-11-2010 Nummer AFP/2010/574 Samenvatting

Literatuur

Titel Auteur(s) Bron
Titel Legaat van een AB Auteur(s) R.L.M.C. Janssen Bron KWEP 2023/3
Titel M.J. Hoogeveen, 'Verzoeken om toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten: wie, wat waar en wanneer?', FBN 2018/56
Titel Gemeenschap van goederen en aanmerkelijk belang: Tot de dood ons scheidt? Auteur(s) N.M.P. Govers-De Louw, M.M.J. Schuurman-van Nifterik Bron WPNR 2011/6877
Titel Betalingsfaciliteiten overdracht aanmerkelijkbelangaandelen Auteur(s) A.M.A. De Beer Bron Estate Planner Digitaal 2010/04
Titel Wijzigingen in de aanmerkelijkbelangregeling bij vererving en schenking van aanmerkelijkbelangaandelen (deel 2) Auteur(s) N. Idsinga Bron FBN 2010/3
Titel Wijzigingen in de aanmerkelijkbelangregeling bij vererving en schenking van aanmerkelijkbelangaandelen (deel 1) Auteur(s) N. Idsinga Bron FBN 2009/67
Inhoudsopgave
Overzicht
Wetstructuur
Fiscaal

Tarief erf- en schenkbelasting (art. 24 SW) Erfbelasting bij partners (art. 25 SW) Schenkbelasting bij partners (art. 26 SW) Schenkbelasting afgezonderd particulier vermogen (art. 26a SW) Samenvoeging schenkingen binnen een jaar (art. 27 SW) Schenkingen aan kinderen binnen een jaar (art. 28 SW) Onzekerheid over verwantschap (art. 29 SW) Verwerping en afstand (art. 30 SW) Afstand door bezwaarde (art. 31 SW) Vrijstellingen erfbelasting (art. 32 SW) ANBI en erfbelasting (art. 32 lid 1 onder 3 SW) Omvang vrijstellingen erfbelasting (art. 32 lid 1 onder 4 SW) Verkrijging pensioenregeling en lijfrenten (art. 32 lid 1 onder 5 SW) SBBI en erfbelasting (art. 32 lid 1 onder 8 SW) Steunstichting SBBI en erfbelasting (art. 32 lid 1 onder 9 SW) Vrijstelling erfbelasting voor werknemer erflater (gevolgen testamentair loon, salaire differé en executeursloon) (art. 32 lid 1 onder 10 SW) Vrijstelling erfbelasting voor nog niet vorderbare termijnen van renten, uitkeringen, bezoldigingen en andere inkomsten (art. 32 lid 1 onder 11 SW) Pensioenimputatie (art. 32 lid 2 SW) Definitie lijfrenten (art. 32 lid 4 SW) Vrijstellingen schenkbelasting (art. 33 SW) ANBI en schenkbelasting (art. 33 onder 4 SW) Schenkvrijstelling ouder-kind (art. 33 onder 5 SW) Schenkvrijstelling overige verkrijgers (art. 33 onder 7 SW) Schenkvrijstelling voor onvermogenden (art. 33 onder 8 SW) Vrijstelling bij samenloop schenkbelasting met inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting (art. 33 onder 9 SW) Schenking aan een rechtspersoon ter bevordering van werknemersbelangen (art. 33 onder 11 SW) Voldoen aan natuurlijke verbintenis (art. 33 onder 12 SW) SBBI en schenkbelasting (art. 33 onder 13 SW) Steunstichting SBBI en schenkbelasting (art. 33 onder 14 SW) Definitie schenking ten behoeve van eigen woning (art. 33a SW) Samenloop verhoogde schenkvrijstellingen eigen woning (art. 82a SW)

Tarief overdrachtsbelasting (art. 14 WBR) Vrijstelling algemeen (art. 15 WBR) Vrijstelling btw-belaste levering (art. 15.1.a WBR) Vrijstelling bedrijfsoverdracht binnen familiesfeer (art. 15.1.b WBR) Vrijstelling publiekrechtelijke lichamen (art. 15.1.c WBR) Vrijstelling inbreng in personenvennootschap (art. 15.1.e onder 1 WBR) Vrijstelling inbreng in kapitaalvennootschap (art. 15.1.e onder 2 WBR) Vrijstelling verdeling of vereffening (art. 15.1.f WBR) Vrijstelling verdeling gemeenschap samenwoners (art. 15.1.g WBR) Vrijstelling bij fusie, splitsing en interne reorganisatie (art. 15.1.h WBR) Vrijstelling aangebrachte zaken (art. 15.1.i WBR) Vrijstelling voor verkrijging bestemd voor onderwijs (art. 15.1.k WBR) Vrijstelling ruilverkaveling (art. 15.1.l WBR) Vrijstelling bureau beheer landbouwgronden (art. 15.1.m WBR) Woningbouwlichamen (art. 15.1.n WBR) Vrijstelling stedelijke herstructurering (art. 15.1.o WBR) Verkrijging van lichaam ter bevordering van stedelijke herstructurering (art. 15.1.oa WBR) Startersvrijstelling (Art. 15.1.p WBR) Monumentenvrijstelling (vervallen) (art. 15.1.p WBR) Cultuurgrondvrijstelling (art. 15.1.q WBR) Vrijstelling bij herstel in oude toestand (art. 15.1.r WBR) Vrijstelling natuurgrond (art. 15.1.s WBR) Vrijstelling verkoopregulerend beding (Art. 15.1.t WBR) Vrijstelling Staatsbosbeheer (art. 15.1.u WBR) Vrijstelling uitoefenen wilsrecht (art. 15.1.x WBR) Vrijstelling bij verkrijging (kabel)netten (art. 15.1.y WBR) Tijdelijke vrijstelling inbreng van tbs-pand in NV/BV (vervallen) (art. 15.1.z WBR) Anti-ontgaansbepaling (art. 15 lid 4 WBR) Schriftelijke verklaring en onvoorziene omstandigheden (art. 15a WBR)