Kennisbank voor het notariaat
Wetstoelichting

Overnemen resultaten en uitbesteden cliëntenonderzoek (art. 5 lid 1 + art. 10 Wwft)

Bijgewerkt tot 01-01-2023 Auteur De redactie

1 Overnemen resultaten cliëntenonderzoek (art. 5 lid 1 Wwft)Op grond van art. 5 lid 1 Wwft mogen resultaten van (onderdelen van) het cliëntenonderzoek worden overgenomen van andere instellingen. Dit kan aan de orde zijn als de zaak binnen komt via een andere instelling en/of een andere instelling al in een eerdere fase bij de zaak betrokken was en daarom reeds het cliëntenonderzoek heeft moeten uitvoeren. Om ‘dubbel werk’ te voorkomen, biedt art. 5 lid 1 de mogelijkhe…

Verder lezen?

Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.

Geen inloggegevens?

Heeft u nog geen inloggegevens, dan kunt u een abonnement afsluiten.

Bent u werkzaam op het notariële en/of fiscale werkterrein en wilt u het gebruik van Via Juridica ervaren?
Vraag een gratis proefabonnement aan en probeer Via Juridica één maand uit!

Voor (voltijd)studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar.


Gebruikers van Via Juridica

Bekijk alle

Wetteksten


Artikel 5

  • 1

    Onverminderd artikel 4 is het een instelling verboden een zakelijke relatie aan te gaan met of een transactie uit te voeren voor een cliënt, tenzij:

    • a.

      zij zelf ten aanzien van die cliënt onderzoek heeft verricht conform artikel 3, of ten aanzien van die cliënt onderzoek is verricht conform artikel 3 of op daarmee overeenkomende wijze door:

      • 1°.

        een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdelen a tot en met e, met zetel in Nederland of een andere lidstaat;

      • 2°.

        een instelling als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel f, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, of artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht trustkantoren 2018 is verleend;

      • 3°.

        een instelling als bedoeld in artikel 1a, tweede lid en derde lid, of een bijkantoor daarvan met zetel onderscheidenlijk vestigingsplaats in Nederland of een andere lidstaat;

      • 4°.

        een instelling als bedoeld onder 1° of 3°, met zetel in een door Onze Minister van Financiën aangewezen staat die geen lidstaat is, in welke staat wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in artikel 3, tweede tot en met vijfde en achtste lid, en artikel 8, eerste lid, en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften, of een bijkantoor van de instelling in Nederland;

      • 5°.

        een bijkantoor of meerderheidsdochteronderneming, gevestigd in een staat die geen lidstaat is, van een instelling als bedoeld onder 1° of 3° met vestiging in Nederland of in een andere lidstaat, indien het bijkantoor of de meerderheidsdochteronderneming deel uitmaakt van dezelfde groep en volledig voldoet aan de op het niveau van de groep geldende gedragslijnen en procedures overeenkomstig artikel 2f, eerste tot en met derde lid;

    • b.

      dit onderzoek heeft geleid tot het in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, c, e en f, derde en vierde lid bedoelde resultaat; en

    • c.

      de instelling beschikt over alle identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens inzake de identiteit van de in artikel 3, tweede, derde en vierde lid, bedoelde personen.

  • 2

    De toezichthoudende autoriteit kan toestaan dat een instelling, dan wel een bijkantoor of dochteronderneming in Nederland van een instelling met zetel buiten Nederland, het bepaalde in het eerste lid naleeft via de op het niveau van de groep geldende gedragslijnen en procedures, indien:

    • a.

      de instelling zich verlaat op informatie verstrekt door een derde die deel uitmaakt van dezelfde groep;

    • b.

      die groep cliëntenonderzoeksmaatregelen, regels inzake bewaring van bewijsstukken en programma’s ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering toepast overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gestelde regels; en

    • c.

      op de effectieve uitvoering van de in onderdeel b bedoelde voorschriften op het niveau van de groep toezicht wordt uitgeoefend door een bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of van een staat die geen lidstaat is.

  • 3

    Indien een instelling met betrekking tot een zakelijke relatie niet kan voldoen aan artikel 3, eerste tot en met vierde en veertiende lid, onderdeel a, beëindigt de instelling die zakelijke relatie.

  • 4

    Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de gevallen als bedoeld in de artikelen 6 en 7.

  • 5

    Het is een bank of andere financiële onderneming verboden een correspondentrelatie aan te gaan of voort te zetten met een shellbank of met een bank of andere financiële onderneming waarvan bekend is dat deze een shellbank toestaat van haar rekeningen gebruik te maken.


Artikel 10

  • 1

    Een instelling kan het cliëntenonderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover het betrekking heeft op het in het tweede lid, onderdelen a, b, c, e en f, van dat artikel bepaalde, laten verrichten door een derde in het kader van een uitbesteding- of agentuurovereenkomst, onverminderd haar verplichting om te voldoen aan het in die onderdelen bepaalde.

  • 2

    Indien de in het eerste lid bedoelde uitbesteding een structureel karakter heeft legt de instelling de opdracht daartoe schriftelijk vast.


Kennisdossiers

Titel Categorie
Titel Cliëntenonderzoek Categorie Wwft

Rechtspraak

Titel Instantie Datum Nummer
Onvoldoende onderzoek bij aandelentransacties en oprichting Stichting-BV-structuren Instantie Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden Datum 18-11-2020 Nummer ECLI:NL:TNORARL:2020:31

Wetsvoorstellen

Titel Dossiernr. Status Samenvatting
Wet plan van aanpak witwassen Dossiernr. 36228 Status In behandeling bij de Tweede Kamer Samenvatting -
Inhoudsopgave
Overzicht
Wetstructuur
Wwft