Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8595)


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Art. 11 WBR geeft een (aanvullende) regeling voor het bepalen van de maatstaf van heffing ingeval van verkrijging van een erfdienstbaarheid, recht van erfpacht, opstal of beklemming (lid


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Overdrachtsbelasting wordt geheven bij de verkrijger van de onroerende zaak (art. 16 WBR). Dat betekent dat de verkrijger aangifte moet doen van het belastbare feit voor de overdrachtsbelasting


Wetstoelichtingen

De door de staatssecretaris in beleidsbesluiten gestelde voorwaarden aan de termijn waarbinnen de verkrijger in zijn woning moet gaan wonen zijn genomen buiten de bevoegdheid die de staatssecretaris toekomt


Wetstoelichtingen

1 Inleiding In de Wet differentiatie overdrachtsbelasting is een aantal ingrijpende wijzigingen met ingangsdatum 1 januari 2021 voor de heffing van overdrachtsbelasting opgenomen, waaronder de invoering


Wetstoelichtingen

De redactie van Vakstudie Nieuws is van mening dat de periode waarbinnen de renteafspraak wordt gevolgd voor de erfbelasting te kort is (V-N 2022/33.11).


Wetstoelichtingen

Vooruitlopend op de wetswijziging was deze uitzondering voor de jaren 2010 tot en met 2013 al opgenomen in twee beleidsbesluiten ( MvF 25 november 2011, nr.


Wetstoelichtingen

1 Inleiding In de Successiewet 1956 (hierna: Successiewet of SW) geldt de hoofdregel dat hetgeen dat wordt verkregen in aanmerking wordt genomen voor de waarde die daaraan op het moment van de verkrijging


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Art. 21 lid 12 en 13 SW geven bijzondere waarderingsregels voor de waardering van een onderneming. Ingevolge art. 21 lid 12 SW wordt hetgeen in het economische verkeer als een eenheid pleegt


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De waardering van een recht van vruchtgebruik, een periodieke uitkering of een beperkt recht is afhankelijk van het jaarlijkse genot/rendement en de (verwachte) duur van het vruchtgebruik


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Bij een tweetrapsmaking verkrijgen zowel de bezwaarde als de verwachter voor de heffing van erfbelasting uit de nalatenschap van de erflater (hierna ook: ‘de insteller’). In geval van


Wetstoelichtingen

1 Algemeen In art. 33 SW zijn de vrijstellingen voor de schenkbelasting opgenomen. De omvang van de vrijstelling is afhankelijk van de relatie tot de schenker of wie de verkrijger is. Met betrekking


Wetstoelichtingen

1 Vrijstellingen schenking ouder-kind (cijfers 2026) Ouders kunnen jaarlijks vrij van schenkbelasting € 6.908  schenken aan een kind (art. 33 sub 5 SW). In één kalenderjaar kan dit bedrag worden verhoogd


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Een ANBI is een instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en is gevestigd in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële


Wetstoelichtingen

In Vakstudie-Nieuws (V-N) 2025/33.15 wordt in een commentaar gewezen op vergelijkbare situaties.


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De grondslag voor de heffing van erfbelasting is al hetgeen iemand krachtens erfrecht verkrijgt van iemand die (fictief) op dat moment in Nederland woonde ( art. 1 lid 1 onder 1 SW ), eventueel


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Bij verwerping van een nalatenschap wordt niet minder erfbelasting geheven (art. 30 SW). De wetgever heeft hiermee willen voorkomen dat door samenspanning tussen belanghebbenden te weinig


Wetstoelichtingen

1 Aangiftetermijn schenkbelasting: twee maanden na het jaar van schenking De verkrijger van een schenking is de belastingplichtige voor de schenkbelasting (art.  36 SW) . Hij is dan ook gehouden om


Wetstoelichtingen

1 Hoofdregel aangiftetermijn erfbelasting De verkrijger krachtens erfrecht is belastingplichtige voor de erfbelasting (art.  36 SW) . De verkrijger is dan ook gehouden om aangifte te doen. Ingevolge


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De aangifte erfbelasting moet binnen acht maanden na het overlijden van de erflater plaatsvinden (art. 45 SW). De aangifte schenkbelasting moet worden ingediend binnen twee maanden na afloop


Wetstoelichtingen

Indien er meerdere verkrijgers zijn van dezelfde erflater of van dezelfde schenker kunnen de aan de verschillende verkrijgers op te leggen aanslagen in één aanslagbiljet worden opgenomen (art. 47 SW).


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Een van de belangrijkste fictiebepalingen in de Successiewet 1956 (hierna: Successiewet) is art. 10 SW. De strekking van deze bepaling wordt als volgt uiteengezet: ‘Artikel 10 heeft tot


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Op grond van de Successiewet 1956 (hierna: Successiewet of SW) wordt erfbelasting en schenkbelasting geheven (art. 1 lid 1 SW). In deze toelichting wordt ingegaan op de heffing schenkbelasting


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Door het maken van contractuele afspraken kunnen mede-eigenaren bedingen dat bij een bepaalde gebeurtenis of het overlijden van een van hen het aandeel van de ene mede-eigenaar zal verblijven


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Art. 12 lid 1 SW bepaalt dat hetgeen binnen 180 dagen vóór het overlijden is geschonken door een erflater die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt geacht krachtens erfrecht


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Wanneer iemand een levensverzekering afsluit op zijn leven en hij benoemt een ander als begunstigde, dan verkrijgt de begunstigde op grond van een zelfstandig recht van de verzekeringsmaatschappij