Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8644)


Wetstoelichtingen

1 Afwijken Van de hoofdregel dat alleen het gedurende het huwelijk verworven ouderdomspensioen wordt verevend en bij helfte wordt gedeeld kan worden afgeweken op grond van art. 4 lid 1 Wvps. De Wvps


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Indien echtgenoten/geregistreerd partners na echtscheiding via hun pensioenen niet meer met elkaar verbonden willen blijven, is conversie van pensioenrechten (art. 5 Wvps) een optie. De echtgenoten


Wetstoelichtingen

In art. 6 Wvps wordt het uitvoeringsorgaan de mogelijkheid geboden de kosten van de verevening (zoals kosten samenhangend met het vaststellen van de aanspraken en de administratieve verwerking) voor de


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Art. 7 Wvps bevat een aantal regelingen in geval dat de vereveningsgerechtigde een eigen recht op uitbetaling jegens het uitvoeringsorgaan heeft als bedoeld in art. 2 lid 2 Wvps . Ook


Wetstoelichtingen

1 De vereveningsgerechtigde heeft een afhankelijk recht Pensioenverevening houdt in dat de vereveningsgerechtigde een aanspraak krijgt op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen


Wetstoelichtingen

De vereveningsgerechtigde moet over informatie kunnen beschikken betreffende de aard en omvang van de pensioenrechten van de ander. In dat kader bepaalt art. 9 Wvps dat de (ex-)echtgenoten, het uitvoeringsorgaan


Wetstoelichtingen

In een eerste versie van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) was een bepaling opgenomen dat pensioen gelegen voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel buiten beschouwing zou blijven


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Voor echtparen die huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt vóór de inwerkingtreding van de Wvps (datum inwerkingtreding: 1 mei 1995) bepaalt art. 11 Wvps dat verevening van pensioenrechten


Wetstoelichtingen

1 De Wvps vanaf 1 mei 1995 De Wvps geldt voor scheidingen die tot stand zijn gekomen ( art. 1:163 BW ) op of ná 1 mei 1995 (art. 12 lid 1 Wvps). 2 Overgangsrecht In art. 12 lid 2 Wvps is bepaald


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Met ingang van 1 januari 2025 is de vrijstelling voor verkrijging krachtens kavelruil (landelijk gebied) op grond art. 12.47 in samenhang met ​​art. 12.44​​ Omgevingswet (hierna: Ow) opgenomen


Wetstoelichtingen

1 Inleiding In art. 2 lid 3 WBR, zoals deze bepaling luidt per 1 januari 2025, is bepaald dat niet als economische eigendom wordt aangemerkt: de verkrijging van een recht op levering; de verkrijging


Wetstoelichtingen

1 Vervangende machtiging In alle gevallen waarin een appartementseigenaar voor het verrichten van een bepaalde handeling met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten medewerking of toestemming


Wetstoelichtingen

1 Vestiging recht van vruchtgebruik Omdat het appartementsrecht wordt gezien als een zelfstandig vermogensrecht, is het mogelijk het appartementsrecht te belasten met een recht van vruchtgebruik (alsmede


Wetstoelichtingen

1 Verbod benadeling (lid 1) Een Wwft-instelling – zoals een notariskantoor met Wwft-dossiers – mag een persoon die voor haar werkzaam is niet benadelen omdat diegene te goeder trouw en naar behoren:


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Op grond van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen (Stb. 2023, 508) is per 1 januari 2025 een nieuw art. 2.14bis Wet IB 2001 in werking getreden. Dit artikel codificeert de bestaande


Wetstoelichtingen

1 Goede trouw (art. 3:11 BW) Iemand is niet te goeder trouw: wanneer hij de feiten of het recht, die hem worden tegengeworpen, kende (subjectief criterium); of wanneer hij die feiten of het


Wetstoelichtingen

1 Inleiding en achtergrond regeling Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (hierna: WHOA) in werking getreden ( Kamerstukken 35249 ). Op 1 januari 2023 is de WHOA op enkele onderdelen


Wetstoelichtingen

De verschillende (ontwerpen van) wetsvoorstellen schenken geen bijzondere aandacht aan notariële aspecten met betrekking tot de pre-pack.


Wetstoelichtingen

1 Opheffing of wijziging splitsing De wetgever heeft geen uitsluitsel gegeven over de vraag wanneer een opheffing gevolgd door een nieuwe splitsing in appartementsrechten dan wel een wijziging van de


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Het derdenbeding wordt geregeld in de artt. 6:253-256 BW. Van een derdenbeding is sprake als een derde, die geen partij is bij de overeenkomst, aanspraken jegens de contractspartij kan ontlenen


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Art. 58 e.v. Inv. bevatten regelingen over de verplichting tot informatieverstrekking ten dienste van de belastinginvordering. Art. 47 e.v. AWR bevat vergelijkbare verplichtingen met betrekking


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Art. 2:118a BW is van toepassing op beursgenoteerde NV's, waarvan de certificaten beursgenoteerd zijn. De bijbehorende aandelen hoeven niet beursgenoteerd te zijn ( TK 2001-02, 28 179, nr


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Op grond van art. 3:302 BW is het mogelijk om een verklaring voor recht te verzoeken bij de rechter. Hierbij stelt de rechter de rechtsverhouding tussen partijen vast en wijst hij bij toewijzing


Wetstoelichtingen

1 Verzekerde lijfrenten ter compensatie van pensioentekort Art. 3.125 Wet IB 2001 formuleert drie lijfrenten die worden aangemerkt als lijfrenten die dienen als compensatie voor een pensioentekort. Dit


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Wederkerige overeenkomsten zijn obligatoir van aard en kenmerken zich door hun ‘ruilkarakter’: partijen nemen elk een verbintenis op zich ter verkrijging van een wederprestatie. Indien één