Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8591)


Wetstoelichtingen

1 Verbod benadeling (lid 1) Een Wwft-instelling – zoals een notariskantoor met Wwft-dossiers – mag een persoon die voor haar werkzaam is niet benadelen omdat diegene te goeder trouw en naar behoren:


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Op grond van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen (Stb. 2023, 508) is per 1 januari 2025 een nieuw art. 2.14bis Wet IB 2001 in werking getreden. Dit artikel codificeert de bestaande


Wetstoelichtingen

1 Goede trouw (art. 3:11 BW) Iemand is niet te goeder trouw: wanneer hij de feiten of het recht, die hem worden tegengeworpen, kende (subjectief criterium); of wanneer hij die feiten of het


Wetstoelichtingen

1 Inleiding en achtergrond regeling Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (hierna: WHOA) in werking getreden ( Kamerstukken 35249 ). Op 1 januari 2023 is de WHOA op enkele onderdelen


Wetstoelichtingen

De verschillende (ontwerpen van) wetsvoorstellen schenken geen bijzondere aandacht aan notariële aspecten met betrekking tot de pre-pack.


Wetstoelichtingen

1 Opheffing of wijziging splitsing De wetgever heeft geen uitsluitsel gegeven over de vraag wanneer een opheffing gevolgd door een nieuwe splitsing in appartementsrechten dan wel een wijziging van de


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Het derdenbeding wordt geregeld in de artt. 6:253-256 BW. Van een derdenbeding is sprake als een derde, die geen partij is bij de overeenkomst, aanspraken jegens de contractspartij kan ontlenen


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Art. 58 e.v. Inv. bevatten regelingen over de verplichting tot informatieverstrekking ten dienste van de belastinginvordering. Art. 47 e.v. AWR bevat vergelijkbare verplichtingen met betrekking


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Art. 2:118a BW is van toepassing op beursgenoteerde NV's, waarvan de certificaten beursgenoteerd zijn. De bijbehorende aandelen hoeven niet beursgenoteerd te zijn ( TK 2001-02, 28 179, nr


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Op grond van art. 3:302 BW is het mogelijk om een verklaring voor recht te verzoeken bij de rechter. Hierbij stelt de rechter de rechtsverhouding tussen partijen vast en wijst hij bij toewijzing


Wetstoelichtingen

1 Verzekerde lijfrenten ter compensatie van pensioentekort Art. 3.125 Wet IB 2001 formuleert drie lijfrenten die worden aangemerkt als lijfrenten die dienen als compensatie voor een pensioentekort. Dit


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Wederkerige overeenkomsten zijn obligatoir van aard en kenmerken zich door hun ‘ruilkarakter’: partijen nemen elk een verbintenis op zich ter verkrijging van een wederprestatie. Indien één


Wetstoelichtingen

1 Soorten erfopvolging: niet altijd automatisch plaatsvervulling (art. 4:1 BW) Erfopvolging kan op twee verschillende manieren plaatsvinden: (1) op grond van de wet (ab intestato) en (2) op grond van


Wetstoelichtingen

1 Geen voordeel trekken uit een nalatenschap Onwaardigheid brengt mee dat een persoon vanaf het openvallen van de nalatenschap geen voordeel uit de nalatenschap mag trekken. Onder ' voordeel trekken’


Wetstoelichtingen

1 Belemmeren om erfrechtelijke bevoegdheden uit te oefenen (art. 4:4 lid 1 BW) 1.1 Nietige rechtshandelingen Een rechtshandeling die is verricht vóór het openvallen van een nalatenschap is nietig,


Wetstoelichtingen

1 Betalingsregeling voor geldschulden ontstaan door erfrecht Het erfrecht kan geldvorderingen doen ontstaan, bijvoorbeeld wegens een som ineens, een legitimaire vordering of een vordering wegens onderbedeling


Wetstoelichtingen

1 Tijdstip waardering goederen van de nalatenschap Art. 4:6 BW bepaalt dat het tijdstip voor het berekenen van de waarde van de nalatenschapsgoederen het tijdstip is onmiddellijk na het overlijden van


Wetstoelichtingen

1 Schulden van de nalatenschap: aansprakelijkheid en welke schulden vallen eronder Aansprakelijkheid van erfgenamen voor de schulden van de nalatenschap vloeit niet voort uit art. 4:7 BW, maar uit art


Wetstoelichtingen

De inhoud van deze wetsvoorstellen wordt in deze toelichting besproken en de Kamerstukken van de betreffende wetsvoorstellen zijn te raadplegen in paragraaf 2.


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De hereditatis petitio is de bijzondere actie die de erfgenamen krijgen na het overlijden van de erflater, naast de op grond van de saisine verkregen rechten van de bezitsactie (art. 3:125


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Op grond van art. 4:184 lid 1 BW heeft iedere nalatenschapscrediteur verhaal op de goederen van de nalatenschap. Het betreft alle in art. 4:7 lid 1 BW genoemde categorieën van crediteuren


Wetstoelichtingen

Voorts is medegedeeld dat het Ministerie van Financiën (Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/team Brieven en Beleidsbesluiten) verzoeken om met toepassing van de hardheidsclausule de heffing van


Wetstoelichtingen

Per 1 januari 2025 is art. 15 lid 11 WBR van toepassing. Op grond van art. 15 lid 11 WBR wordt de toepassing van de samenloopvrijstelling (art. 15.1.a WBR) beperkt ingeval sprake is van een voor de


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Uit art. 2:5 BW volgt dat rechtspersonen voor het vermogensrecht worden gelijkgesteld met natuurlijke personen. Deze regel is van toepassing op alle rechtspersonen die het Nederlandse recht


Wetstoelichtingen

1 Einde arbeidsovereenkomst door overlijden werknemer De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege door het overlijden van de werknemer (art. 7:674 lid 1 BW). 2 Verplichting werkgever De werkgever