Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8644)


Wetstoelichtingen

In Vakstudie-Nieuws (V-N) 2025/33.15 wordt in een commentaar gewezen op vergelijkbare situaties.


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De grondslag voor de heffing van erfbelasting is al hetgeen iemand krachtens erfrecht verkrijgt van iemand die (fictief) op dat moment in Nederland woonde ( art. 1 lid 1 onder 1 SW ), eventueel


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Voor de heffing van erf- en schenkbelasting is vereist dat de erflater of de schenker in Nederland woonde ten tijde van het overlijden respectievelijk de schenking. Met betrekking tot het


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Bij verwerping van een nalatenschap wordt niet minder erfbelasting geheven (art. 30 SW). De wetgever heeft hiermee willen voorkomen dat door samenspanning tussen belanghebbenden te weinig


Wetstoelichtingen

1 Aangiftetermijn schenkbelasting: twee maanden na het jaar van schenking De verkrijger van een schenking is de belastingplichtige voor de schenkbelasting (art.  36 SW) . Hij is dan ook gehouden om


Wetstoelichtingen

1 Hoofdregel aangiftetermijn erfbelasting De verkrijger krachtens erfrecht is belastingplichtige voor de erfbelasting (art.  36 SW) . De verkrijger is dan ook gehouden om aangifte te doen. Ingevolge


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De aangifte erfbelasting moet binnen acht maanden na het overlijden van de erflater plaatsvinden (art. 45 SW). De aangifte schenkbelasting moet worden ingediend binnen twee maanden na afloop


Wetstoelichtingen

1 Partnerbegrip in de Successiewet Wie voor de belastingwetten als partner worden aangemerkt is in de eerste plaats geregeld in art. 5a AWR . In de afzonderlijke belastingwetten wordt het partnerbegrip


Wetstoelichtingen

Indien er meerdere verkrijgers zijn van dezelfde erflater of van dezelfde schenker kunnen de aan de verschillende verkrijgers op te leggen aanslagen in één aanslagbiljet worden opgenomen (art. 47 SW).


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Een van de belangrijkste fictiebepalingen in de Successiewet 1956 (hierna: Successiewet) is art. 10 SW. De strekking van deze bepaling wordt als volgt uiteengezet: ‘Artikel 10 heeft tot


Wetstoelichtingen

1 Voorwaarden schenkvrijstelling eigen woning (art. 5 UR S&E) In art. 5 UR S&E zijn nadere voorwaarden gesteld waaraan moet worden voldaan om een geslaagd beroep te kunnen doen op de verhoogde vrijstelling


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Op grond van de Successiewet 1956 (hierna: Successiewet of SW) wordt erfbelasting en schenkbelasting geheven (art. 1 lid 1 SW). In deze toelichting wordt ingegaan op de heffing schenkbelasting


Wetstoelichtingen

1 Vermindering heffingsmaatstaf met hetgeen is opgeofferd/bedongen (art. 7 lid 1 SW) Art. 7 lid 1 SW bepaalt dat in geval van een fictieve verkrijging krachtens erfrecht op grond van art. 8 , 10


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Een erflater kan op goederen een vermelding aanbrengen dat deze goederen toebehoren aan een ander. Denk bijvoorbeeld aan een sticker met een naam van iemand (de rechthebbende) op een kunstwerk


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De verschuldigdheid van rente op geldvorderingen die zijn ontstaan bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot, kan worden ingezet als instrument om de nalatenschap van de echtgenoot


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Door het maken van contractuele afspraken kunnen mede-eigenaren bedingen dat bij een bepaalde gebeurtenis of het overlijden van een van hen het aandeel van de ene mede-eigenaar zal verblijven


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Art. 12 lid 1 SW bepaalt dat hetgeen binnen 180 dagen vóór het overlijden is geschonken door een erflater die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt geacht krachtens erfrecht


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Wanneer iemand een levensverzekering afsluit op zijn leven en hij benoemt een ander als begunstigde, dan verkrijgt de begunstigde op grond van een zelfstandig recht van de verzekeringsmaatschappij


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Het verstrekken van een renteloze, direct opeisbare lening is naar het civiele recht geen gift . De schuldeiser verarmt namelijk niet nu een direct opeisbare lening op een solvabele debiteur


Wetstoelichtingen

Met betrekking tot art. 17 SW is geen toelichting opgenomen. U kunt de actuele tekst van de wet raadplegen op het tabblad 'Wettekst'. Literatuur A.E. De Leeuw, 'Fictieve verkrijgingen, de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten


Wetstoelichtingen

Met betrekking tot art. 17a SW is geen toelichting opgenomen. U kunt de actuele tekst van de wet raadplegen op het tabblad 'Wettekst'. Wel zijn diverse kamerstukken opgenomen. U kunt deze raadplegen op


Wetstoelichtingen

1 Tarief schenk- en erfbelasting 2026 Deel belaste verkrijging Tariefgroep I (partner en kinderen) Tariefgroep IA (kleinkinderen) Tariefgroep II (overige verkrijgers) € 0


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Voor de berekening van erfbelasting worden op grond van art. 25 SW de erfrechtelijke verkrijgingen uit een en dezelfde nalatenschap door partners bij elkaar opgeteld. De wet zegt heel


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Partners  worden voor de berekening van schenkbelasting aangemerkt als één en dezelfde persoon. Alle schenkingen die in een kalenderjaar worden gedaan door partners – gezamenlijk of


Wetstoelichtingen

Schenkbelasting ter zake van afgezonderd particulier vermogen (APV) Op grond van art. 2.14a Wet IB 2001 worden de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven van een APV gedurende zijn