Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8745) voor '中国期货研报 2026年3月 金属期货 能源期货 农产品期货 最新分析'


Wetstoelichtingen

TK 2022-23, 36228 , nr. 3 (MvT), p. 45. 8   FIU-Nederland , Verbod op contante betalingen van € 3.000 of meer: wat verandert er?


Wetstoelichtingen

De Hoge Raad ( 3 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1813 ) oordeelt dat de toepassing van de netwerkvrijstelling op warmtenetten binnen de definitie van art. 15 lid 1 onder y WBR past.


Wetstoelichtingen

Ook de Hoge Raad ( 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5357 ) oordeelde in een zaak waarin het gebruik volgens de bestemming ‘woonruimte’ centraal stond.


Wetstoelichtingen

178 lid 3 BW); zie bijvoorbeeld Hof Den Bosch 22 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3975 en Hof Leeuwarden 13 december 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BU8237 .


Wetstoelichtingen

WPNR 2023/7405. 3 Beperkte rechten 3.1 Algemeen Overdrachtsbelasting is ook verschuldigd als een beperkt recht op een onroerende zaak wordt overgedragen.


Wetstoelichtingen

, nr. 2024-216483 , onderdeel 3.1.1). 3 Omvang van de vrijstelling Iedere belastingplichtige kan deze vrijstelling éénmaal in zijn leven benutten.


Wetstoelichtingen

Zie hierover ook De Jonge, WPNR 2022/7362. 8 Tussenbeide komende personen In art. 4:62 lid 2 en lid 3 BW wordt de groep personen uit art. 4:57-4:61 BW die in beginsel geen voordeel kunnen trekken


Wetstoelichtingen

Dat is te lezen in MvF 3 november 2025, nr. 2025-10381 onderdeel 3.1.1 .


Wetstoelichtingen

art. 3:89 BW ).


Wetstoelichtingen

Zie over aftrekbare schulden en belastinglatenties uitgebreider de toelichting op art. 20 SW . 3 Legaten De definitie van een legaat is opgenomen in art. 4:117 lid 1 BW.


Wetstoelichtingen

Voor de heffing van overdrachtsbelasting wordt voor het begrip onroerende zaak aangesloten bij art. 3:3 lid 1 BW.


Wetstoelichtingen

Ook in hoger beroep komt Hof Arnhem-Leeuwaren ( 2 januari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:37 ) tot het oordeel dat X heeft voldaan aan het vereiste van art. 4:63 lid 3 BW.


Wetstoelichtingen

In een casus betreffende ‘te trage liften’ heeft de Hoge Raad ( 3 oktober 2025, ECLI:NL:HR: 2025:1459 ) het oordeel van het Hof ( 9 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2024:2209 ) bevestigd dat kopers niet hebben


Wetstoelichtingen

MvF 3 november 2025, nr. 2025-10381 , onderdeel 6.2.5 waarin ook een voorbeeld is opgenomen).


Wetstoelichtingen

( ECLI:NL:RBGEL:2021:1240 ).


Wetstoelichtingen

Uit het arrest van de Hoge Raad van 3 december 2004, ( ECLI:NL:HR:2004:AR0196 ) is gebleken dat voor de vraag of een uiterste wilsbeschikking uitleg behoeft, niet alleen taalkundig naar de uiterste


Wetstoelichtingen

Box 3 kan hierop niet meer van toepassing zijn.


Wetstoelichtingen

termijn van één jaar na de geboorte van het kind waarin het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het moederschap moet zijn ingediend (art. 1:202a lid 3 BW) .


Wetstoelichtingen

Deze redenen zijn specifiek in de wet opgenomen: in specifieke categorieën van 'dringend eigen gebruik' ( art. 7:274 lid 1 onder c jo. lid 3 en lid 4 BW ).


Wetstoelichtingen

B5, 2023/23) meent dat de wederpartij van de gevolmachtigde – gelet op het uitgangspunt van art. 3:64 BW – had kunnen weten dat geen sprake was van een toereikende volmacht, zodat hij geen bescherming


Wetstoelichtingen

Derhalve is het in deze situatie niet enkel de toepassing van art. 37d Wet OB op grond waarvan geen sprake is van een btw-levering maar ook het ontbreken van een bezwarende titel ( KG:052:2026:3 ).


Wetstoelichtingen

De Hoge Raad ( 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:524 ) heeft bepaald dat art. 3:262 BW analoog mag worden toegepast ten aanzien van het recht van pand.  3 Vestigingsmogelijkheden De vestigingsmogelijkheid


Wetstoelichtingen

In het Besluit van 27 februari 2024, nr. 2023-26252, Stcrt. 2024, 6592 , onderdeel 3 neemt de Staatssecretaris van Financiën het standpunt in dat de beperking van de verliescompensatie op grond van


Wetstoelichtingen

Kamerstukken II 1993-1994, 23 706, nr. 3, p. 26).


Wetstoelichtingen

In een uitspraak van Rechtbank Den Haag ( 18 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3261 ) vordert X haar erfdeel uit de nalatenschap van haar in 2019 overleden grootmoeder (G), nadat het ouderschap van de