Rechtspraak
Hoge Raad
07-10-2008
ECLI:NL:HR:2008:BD2774
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Hoge Raad
08-06-2018
ECLI:NL:HR:2018:846
Casus A heeft met zijn twee broers 13 gereguleerde huurwoningen voor gelijke delen in mede-eigendom. Doordat de WOZ-beschikkingen voor alle woningen aan A zijn opgelegd, is A als enige belastingplichtig
Rechtspraak
Hoge Raad
22-12-2009
ECLI:NL:HR:2009:BK3574
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Hoge Raad
14-04-2015
ECLI:NL:HR:2015:928
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspraak raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Hoge Raad
03-10-2025
ECLI:NL:HR:2025:1328
Bij deze schenking deed X een beroep op de eigenwoningvrijstelling (art. 33 onder 5 sub c SW).
Rechtspraak
Hoge Raad
24-12-2021
ECLI:NL:HR:2021:1994
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Hoge Raad
15-01-2016
ECLI:NL:HR:2016:45
Wie als eigenaar moet worden aangemerkt is bepaald in art. 1 lid 1 onder b NSW.
Beleidsbesluiten
Ministerie van Financiën
30-08-2010
DV-10-339M
Vervallen
Nieuws
29-12-2025
Op de consultatie kan nog tot en met 9 februari 2026 worden gereageerd.
Nieuws
18-09-2025
In het standpunt KG:202:2025:16 heeft de Kennisgroep de vraag of, ingeval na het overlijden van een schenker de nog resterende termijnen van een periodieke schenking krachtens legaat aan de ANBI worden
Rechtspraak
Hoge Raad
19-07-2019
ECLI:NL:HR:2019:1239
Zij schorsen de cassatieprocedure en hervatten deze vervolgens op hun naam (art. 418a jo. 225 lid 1 sub a jo. 227 lid 1 sub a Rv).
Rechtspraak
Hoge Raad
28-05-2021
ECLI:NL:HR:2021:783
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Hoge Raad
03-10-2014
ECLI:NL:HR:2014:2871
A stelt primair dat de woning op grond van art. 3.111 lid 1 Wet IB 2001 moet worden aangemerkt als eigen woning.
Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
09-11-2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:2383
Casus Dochter X heeft in de laatste periode van vaders (V) leven geld overgemaakt van de bankrekening van V naar haar eigen bankrekening. De Rechtbank kwalificeert deze overmaking als schenking van V
Rechtspraak
Hoge Raad
17-06-2022
ECLI:NL:HR:2022:870
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspraak raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Hoge Raad
26-06-2020
ECLI:NL:HR:2020:1143
daadwerkelijk worden gevraagd voor het verrichten van commissiewerkzaamheden, en dat zij enkel een vergoeding ontvangen als zij werkzaamheden hebben verricht, pas als zelfstandig in de zin van art. 9 lid 1
Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
09-05-2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:4178
Alle erfgenamen, op één na (hierna A), hebben haar nalatenschap zuiver aanvaard (art. 4:190 lid 1 BW).
Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
28-01-2020
ECLI:NL:GHARL:2020:793
In geschil is of de boekwaarde van de schuur op grond van art. 3.99 Wet IB 2001 per 1 januari 2014 kan worden doorgeschoven.
Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
21-04-2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:2413
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspraak raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Hoge Raad
13-12-1995
ECLI:NL:HR:1995:AA3167
E overlijdt op 5 september 1990 en heeft bij testament over zijn nalatenschap beschikt.
Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
09-11-2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:13732
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspraak raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
03-11-2017
ECLI:NL:RBROT:2017:8899
Rechtbank Op grond van art. 284 lid 1 Fw kan een natuurlijk persoon, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand
Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
06-05-2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:2337
Op grond van art. 4:184 lid 1 BW kunnen de stichtingen zich verhalen op (de goederen van) de nalatenschap en door middel van de zuivere aanvaarding van de erfgenamen en art. 4:184 lid 2 BW kunnen de stichtingen
Rechtspraak
Hoge Raad
01-02-2013
ECLI:NL:HR:2013:BX9120
, nr 36617, ECLI:NL:HR:2001:AD7156).
Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
21-03-2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:1761
X verzoekt de Rechtbank een vereffenaar aan te wijzen in de nalatenschap op grond van art. 4:203 lid 1 sub b BW.