Geen testamentair voordeel voor zorgverlener die later echtgenoot werd
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een voormalige thuiszorgmedewerkster (V) op grond van art. 4:59 BW geen rechten kan ontlenen aan een testament waarin zij door erflater (E) tot erfgename werd benoemd. V verleende zorg aan E, kreeg tijdens die zorg een relatie met hem en trouwde later met hem. De Hoge Raad oordeelt dat voor de uitzondering voor echtgenoten (op grond van art. 4:60 BW) beslissend is of de begunstigde ten tijde van het opmaken van het testament echtgenote was. Dat V later met de E trouwde, doet daar niet aan af. Ook een samenwonende partner wordt niet met een echtgenoot gelijkgesteld.
| Instantie | Hoge Raad |
| Uitspraakdatum | 16-01-2026 |
| ECLI | ECLI:NL:HR:2026:62 |
| Zaaknummer | 24/02973 |
| Bijzondere kenmerken | Cassatie |
| Vindplaatsen | |
|
|
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een voormalige thuiszorgmedewerkster (V) op grond van art. 4:59 BW geen rechten kan ontlenen aan een testament waarin zij door erflater (E) tot erfgename werd benoemd. V verleende zorg aan E, kreeg tijdens die zorg een relatie met hem en trouwde later met hem. De Hoge Raad oordeelt dat voor de uitzondering voor echtgenoten (op grond van art. 4:60 BW) beslissend is of de begunstigde ten tijde van het opmaken van het testament echtgenote was. Dat V later met de E…
Verder lezen?
Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.
Geen inloggegevens?
Heeft u nog geen inloggegevens, dan kunt u een abonnement afsluiten.
Bent u werkzaam op het notariële en/of fiscale werkterrein en wilt u het gebruik van Via Juridica ervaren?
Vraag een gratis proefabonnement aan en probeer Via Juridica één maand uit!
Voor (voltijd)studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar.