Rechtspraak
Rechtbank 's-Gravenhage
01-08-2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BX5922
Eiseres, de persoonlijke holding van B, vordert vernietiging (art. 2:15 BW) van het besluit tot toekenning van een bonus aan C als bestuurder van Vanka Kawat BV, het besluit tot statutenwijziging en het
Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
04-10-2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:5172
De besluiten zijn naar het oordeel van de Rechtbank in strijd met de redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 BW , waardoor zij worden vernietigd op grond van art. 2:15 lid 1 sub b BW .
Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
03-02-2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:2686
Y BV doet in de nihil-aangifte overdrachtsbelasting een beroep op art. 19 juncto art. 15 lid 1 onder r WBR.
Rechtspraak
Hoge Raad
29-04-2016
ECLI:NL:HR:2016:769
Casus De Stichting Erfpachters Belangen Amsterdam (SEBA) procedeert tegen de rechtsgeldigheid van de herziening van erfpachtcanon in de gemeente Amsterdam. In de akten van vestiging wordt weliswaar de
Rechtspraak
Hoge Raad
17-06-2016
ECLI:NL:HR:2016:1202
Casus Koper (K) sluit in 2008 met verkoper (V) een koopovereenkomst met betrekking tot vier percelen bouwrijpe grond. Op het verkochte staat een gebouw dat voor de levering van de percelen zal worden
Rechtspraak
Hoge Raad
17-02-2017
ECLI:NL:HR:2017:278
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspraak raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Hoge Raad
10-01-2014
ECLI:NL:HR:2014:5
Casus X koopt van zijn moeder (M) een woning voor € 258.100 onder voorbehoud van de rechten van gebruik en bewoning. Voorafgaand aan deze verkoop heeft X verbeteringen aan de woning aangebracht. Bij
Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
03-11-2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4939
Casus In 2008 heeft X BV drie panden verkocht aan particulieren. In de akten van levering wordt vemeld dat de koopsommen worden vermeerderd met 19% omzetbelasting en wordt een beroep gedaan op de vrijstelling
Rechtspraak
Hoge Raad
16-10-2015
ECLI:NL:HR:2015:3080
Casus A is enig aandeelhouder in X BV, welke BV alle aandelen in A BV houdt. De activiteiten van A BV zijn gericht op de verhuur van onroerende zaken. Tot het vermogen van A BV behoort één onroerende
Rechtspraak
Hoge Raad
01-12-2017
ECLI:NL:HR:2017:3037
Casus Tennisvereniging A heeft tot eind december 2009 van de gemeente een tenniscomplex met zeven tennisbanen, kleedkamer en kantine gehuurd voor € 45,38 per jaar. Ingevolge die overeenkomst had A de
Rechtspraak
Hoge Raad
10-01-2025
ECLI:NL:HR:2025:56
Casus Coöperatie X heeft met Y een ‘ledenovereenkomst’ gesloten, waarmee zij is toegetreden tot de coöperatie. In de ledenovereenkomst is een uittreedvergoeding opgenomen, die is verschuldigd bij het
Rechtspraak
Kamer voor het notariaat Amsterdam
04-06-2015
ECLI:NL:TNORAMS:2015:19
Casus Op 15 mei 2014 heeft de notaris (N) een koop- en leveringsakte verleden, waarbij aan klaagster een woning is overgedragen.
Rechtspraak
Hoge Raad
30-11-2018
ECLI:NL:HR:2018:2110
in onroerendezaaklichamen onder de overdrachtsbelasting te brengen voor zover de verkrijging van een onroerende zaak van dat lichaam zelf buiten de heffing zou blijven vanwege de vrijstelling van art. 15
Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
12-11-2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:4866
Nu in dit geval sprake is van een vaste vergoeding naast de betaling van een onzekere vergoeding betreft het een andere situatie dan aan de orde was in HvJ EU 10 november 2016, nr C-432/15, ECLI:EU:C:
Rechtspraak
Hoge Raad
10-06-2016
ECLI:NL:HR:2016:1147
Op 1 juli 2011 is met terugwerkende kracht tot 15 juni 2011 het tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen verlaagd van 6% naar 2%.
Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
09-08-2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:5619
In geschil is of A BV vanwege de doeleis kwalificeert als een onroerendezaakrechtspersoon (hierna: ozr) en voorts of een beroep kan worden gedaan op de vrijstelling van art. 15 lid 1 onderdeel b WBR.
Rechtspraak
Hoge Raad
15-05-2020
ECLI:NL:HR:2020:863
De levering van P BV aan I GmbH vindt plaats op 15 oktober 2010.
Rechtspraak
Hoge Raad
05-01-2007
ECLI:NL:HR:2007:AY5944
Het tijdstip waarop wordt bepaald in hoeverre aftrek gerechtvaardigd is, is het tijdstip waarop het goed of de dienst in gebruik wordt genomen (art. 15 lid 4 Wet OB).
Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
24-07-2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:2640
Over vordering 3 oordeelt het Hof dat het hier niet gaat om een besluit als bedoeld in art. 2:15 BW en dat daarom deze vordering niet kan worden toegewezen.
Rechtspraak
Hoge Raad
25-11-2022
ECLI:NL:HR:2022:1734
De herzieningsregeling van art. 15 lid 4 Wet OB 1968 voorziet niet in het herstellen van de door X gemaakte fout om geen omzetbelasting ter zake van de realisatie van het nieuwe gebouw in aftrek te brengen
Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
25-03-2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:2856
A kan samen met B namelijk maar voor 15 van de 40 woningen gebruik maken van de vermindering, wat ongelijk is aan de situatie waarbij twee verschillende eigenaren ieder voor 10 woningen gebruik kunnen
Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
24-07-2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:3402
Art. 15 SW zoals dat per 1 januari 2010 geldt, is niet van toepassing omdat deze bepaling in 1995 niet van kracht was.
Tegen deze uitspraak is geen cassatie ingesteld.
Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
07-08-2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:2025
Op 15 december 2011 zijn zowel de aangifte IB 2010 van X (F-biljet) als van Y ingediend. In beide aangiften is geen vervreemdingsvoordeel ter zake van de ab-aandelen aangegeven.
Rechtspraak
Hoge Raad
12-07-2013
ECLI:NL:HR:2013:59
Met betrekking tot de aanpassingen en voorzieningen die niet duurzaam zijn, geldt ingevolge art. 15 Wet OB dat recht bestaat voor zover die diensten worden aangewend in het kader van de onderneming van
Rechtspraak
Hoge Raad
15-03-2019
ECLI:NL:HR:2019:359
de broer van X gelijkelijk geoordeeld (zie Rechtbank Den Haag 30 juni 2017, nr AWB - 16_10107, ECLI:NL:RBDHA:2017:8107, Hof Den Haag 27 maart 2018, nr BK-17/00737, ECLI:NL:GHDHA:2018:796 en Hoge Raad 15