Wetstoelichtingen
In een eerste versie van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) was een bepaling opgenomen dat pensioen gelegen voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel buiten beschouwing zou blijven
Wetstoelichtingen
1 De Wvps vanaf 1 mei 1995 De Wvps geldt voor scheidingen die tot stand zijn gekomen ( art. 1:163 BW ) op of ná 1 mei 1995 (art. 12 lid 1 Wvps). 2 Overgangsrecht In art. 12 lid 2 Wvps is bepaald
Wetstoelichtingen
1 Goede trouw (art. 3:11 BW) Iemand is niet te goeder trouw: wanneer hij de feiten of het recht, die hem worden tegengeworpen, kende (subjectief criterium); of wanneer hij die feiten of het
Wetstoelichtingen
1 Gevolg bevoegde vertegenwoordiging Het gevolg van het handelen op grond van een volmacht is dat bij (bevoegde) vertegenwoordiging de rechtshandeling tussen de volmachtgever en de derde tot stand komt
Wetstoelichtingen
1 Gevolmachtigde als wederpartij De gevolmachtigde is beperkt in gevallen waarin hij zelf als wederpartij van de volmachtgever optreedt. Dat is slechts mogelijk als de inhoud van de te verrichten rechtshandeling
Wetstoelichtingen
1 Overschrijden vertegenwoordigingsbevoegdheid Mocht de vertegenwoordiger zijn bevoegdheid te buiten zijn gegaan, dan kan de pseudo-vertegenwoordigde (ofwel: de volmachtgever) de rechtshandeling bekrachtigen
Wetstoelichtingen
1 Inleiding In geval een persoon rechthebbende meent te zijn van (een recht op) een registergoed, maar dit recht niet uit de openbare registers blijkt, kan deze persoon met een beroep op art. 3:27 BW
Wetstoelichtingen
liggende bescheiden en net van coördinaatpunten De aan de kadastrale kaart ten grondslag liggende bescheiden bevatten in elk geval landmeetkundige gegevens van hetgeen op die kaart wordt weergeven ( art. 50
Wetstoelichtingen
1 Inleiding Op grond van art. 3:302 BW is het mogelijk om een verklaring voor recht te verzoeken bij de rechter. Hierbij stelt de rechter de rechtsverhouding tussen partijen vast en wijst hij bij toewijzing
Wetstoelichtingen
1 Algemeen In art. 30 Inv. is bepaald dat de Ontvanger het bedrag van de invorderingsrente vaststelt bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Het bedrag van de invorderingsrente wordt afzonderlijk vermeld
Wetstoelichtingen
1 Inleiding Het uitoefenen van stemrecht, verbonden aan een goed dat aan vruchtgebruik is onderworpen, is op meerdere plekken in het Burgerlijk Wetboek geregeld (dit volgt uit art. 3:219 BW). In beginsel
Wetstoelichtingen
1 Afhankelijk recht Een afhankelijk recht is een recht dat aan een ander recht zodanig verbonden is dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan (art. 3:7 BW). Voorbeelden van afhankelijke rechten
Wetstoelichtingen
1 Beperkt recht Een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, hetwelk met het beperkte recht is bezwaard (art. 3:8 BW). Dit ‘meer omvattende recht’ wordt ook wel het hoofdrecht
Wetstoelichtingen
1 Natuurlijke vruchten Natuurlijke vruchten zijn zaken die volgens verkeersopvattingen als vruchten van andere zaken worden aangemerkt (art. 3:9 lid 1 BW). Een natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige
Wetstoelichtingen
De eigenaar van een zeeschip wordt aangeduid met de term ‘reder’ ( art. 8:10 BW ). Uiteraard is het ook mogelijk dat er meerdere eigenaren van één schip zijn. In dat laatste geval kan sprake zijn
Wetstoelichtingen
In het binnenvaartrecht, art. 8:770 BW tot en met art. 8:1066 BW, zijn veel bepalingen opgenomen die in grote mate overeenkomen met de bepalingen van het zeerecht. Hierna wordt niet op alle bepalingen
Wetstoelichtingen
1 Hoofdregel overgangsregeling invoering Flex-BV
Op grond van de Invoeringswet zijn de artt. 68a, 69, 71, 74, 75, 79 tot en met 82 en 173 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek (ONBW) van overeenkomstige
Wetstoelichtingen
1 Inleiding Afdeling 2.7.2 BW schrijft voor welke stappen moeten worden genomen om tot een fusie van twee rechtspersonen te komen. Hieronder wordt ingegaan op deze stappen. 2 Voorstel tot fusie Het
Wetstoelichtingen
1 Inleiding Afdeling 2.7.3 BW geeft enkele voorschriften om te komen tot een fusie van twee NV’s of BV’s. Deze voorschriften gelden naast de algemene voorschriften uit afdeling 2.7.2 BW . Hieronder
Wetstoelichtingen
1 Procedure bij splitsing Splitsing vangt aan met een gemeenschappelijk voorstel tot splitsing van de partijen bij de splitsing (art. 2:334f BW). In de wet is opgenomen welke gegevens dit voorstel minstens
Wetstoelichtingen
1 Uitnodigen tot het doen van aangifte Voor de aangifte schenkbelasting gelden de algemene aangiftebepalingen van art. 6, 7 en 8 AWR. Voor de schenkbelasting is de begiftigde de belastingplichtige
Wetstoelichtingen
Algemeen
De algemene aangiftebepalingen van art. 6, 7 en 8 AWR gelden eveneens voor de Successiewet. In art. 42 SW is hierop een aanvulling opgenomen. In dit artikel is een aangifteplicht opgenomen
Wetstoelichtingen
1 Inleiding In art. 2:334a tot en met 2:334u BW zijn algemene bepalingen voor de juridische splitsing opgenomen. De bepalingen in art. 2:334v tot en met 2:334ii BW geven een aanvulling op deze algemene
Wetstoelichtingen
Termijn
Art. 4:185 lid 1 BW gunt de erfgenaam een periode van drie maanden de tijd om zijn keuze te bepalen. Gedurende die periode kan een nalatenschapscrediteur geen verhaal nemen op de goederen
Wetstoelichtingen
1 Aangiftetermijn schenkbelasting: twee maanden na het jaar van schenking De verkrijger van een schenking is de belastingplichtige voor de schenkbelasting (art. 36 SW) . Hij is dan ook gehouden om