Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8745) voor '中国期货研报 2026年3月 金属期货 能源期货 农产品期货 最新分析'


Wetstoelichtingen

de toepassing plaatst van de uitgezonderde verkrijging krachtens erfrecht ( art. 3 lid 1 onder a WBR ).


Wetstoelichtingen

eigendomsoverdracht plaatsvindt vijf jaar nadat een erfgenaam het landgoed heeft verkregen, wordt alsnog 20/25 e deel van de destijds verschuldigde – maar buiten invordering gebleven – belasting ingevorderd. 3


Wetstoelichtingen

dat ter zake veroordeelde criminelen of hun medeplichtigen in die meldingsplichtige entiteiten een leidinggevende functie hebben of de uiteindelijk begunstigde van die entiteiten zijn (art. 47 lid 3


Wetstoelichtingen

Indien niet aan het vormvereiste uit art. 7:61 lid 1 BW is voldaan, is de kredietovereenkomst nietig op grond van art. 3:39 BW. 


Wetstoelichtingen

Per 1 januari 2010 is dit vastgelegd art. 24a lid 3 AWR (ingevoerd bij de  Fiscale vereenvoudigingswet 2010 ).  


Wetstoelichtingen

terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006


Wetstoelichtingen

De verwachters zijn bloedverwanten van erflater tot en met de zesde graad (art. 4:12 lid 3 BW).


Wetstoelichtingen

Afwijking van de reguliere procesgang is niet mogelijk als tenminste één van de partijen dit niet wil. 3 Informatieplicht Indien gebruik wordt gemaakt van art. 96 lid 2 Rv , rust op de Kantonrechter


Wetstoelichtingen

De faciliteiten in de inkomstenbelasting en de overdrachtsbelasting konden onafhankelijk van elkaar worden toegepast ( TK 2009-10, 32129, nr 3 , p. 74).


Wetstoelichtingen

Dit betreft ook alle rechten en plichten met betrekking tot de heffing van belasting (TK 1954-55, 4080, nr 3, p. 22).


Wetstoelichtingen

De Staatssecretaris van Financiën merkt op dat dit mogelijk is, mits de instelling die de steunstichting ondersteunt zelf het algemeen nut of een sociaal belang dient ( TK 2010-11, 33006, nr 3 , p. 26


Wetstoelichtingen

aandeelhouder is. 2 Voorwaardelijk statusverlies Art. 4 lid 2 NSW kent een uitzondering op deze tienjaarstermijn als de NSW-status verloren is gegaan doordat het karakter daarvan was aangetast ( art. 3


Wetstoelichtingen

het Ministerie van (thans) Economische Zaken is, maar een rechtspersoon met een wettelijke taak (RWT) als bedoeld in art. 91 lid 1 onderdeel d van de Comptabiliteitswet 2001 ( Stb. 2002, nr 413 ).  3


Wetstoelichtingen

45 lid 3 BW en art. 42 lid 3 Fw) voor een verkrijger te goeder trouw bij een handeling om niet.


Wetstoelichtingen

Deze hypotheek kan immers niet gevestigd worden zonder teboekstelling ( art. 8:197 , 8:199 en 3:260 BW ).


Wetstoelichtingen

nalatenschap onmogelijk zijn, dan wordt de erfstelling aangemerkt als een legaat (indien sprake is van een vorderingsrecht) of als een last (indien geen sprake is van een vorderingsrecht). 3


Wetstoelichtingen

door de aandeelhouders als bedoeld in art. 14c Wet Vpb 1969. 2 Personenvennootschap Ingevolge art. 15 lid 1 onder f, onder 1° WBR is vrijgesteld de verkrijging: krachtens verdeling (art. 3:


Wetstoelichtingen

Art. 1:414 lid 3 BW bepaalt dat de rechter de datum van vermoedelijk overlijden vaststelt.


Wetstoelichtingen

Op grond van lid 3 kan iemand niet meer strafrechtelijk worden vervolgd indien hij alsnog juiste belastingaangifte doet of de juiste gegevens verstrekt.


Wetstoelichtingen

Wel bevatten art. 3-5 Wet LB 1964 een aantal gevallen die bij fictie als dienstbetrekking worden beschouwd.


Wetstoelichtingen

Beslag en dergelijke op het pensioendeel van de deelnemer raakt het deel van de ander niet. 3 Beschikken In theorie kan een deelnemer beschikken over diens pensioen door overdracht, inpandgeving of


Wetstoelichtingen

Dat zal immers niet steeds bekend zijn en geeft dus een marge bij de stel- en bewijsplicht. 3 Verjaringstermijn Bovendien is in dit geval de verjaringstermijn twintig jaar (art. 3:306 BW jo. 3:315


Wetstoelichtingen

een huwelijk aan te gaan (art. 1:50 BW) in geval van een schijnhuwelijk (art. 1:50 BW, art. 1:53 lid 2 BW)  of een huwelijk dat onder dwang wordt aangegaan (art. 1:50 BW, art. 1:53 lid 3


Wetstoelichtingen

Papieren en familiegedenkstukken kan hij slechts tegen de geschatte prijs overnemen, art. 1:103 lid 3 BW; de echtgenoot die afstand doet, bevrijd wordt van de hoofdelijke mede-aansprakelijkheid van


Wetstoelichtingen

Een goed dat een echtgenoot anders dan om niet verkrijgt, blijft buiten de gemeenschap, indien het voor meer dan de helft van zijn prijs ten laste van hem persoonlijk komt. 3.