Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (2315) voor '15英镑等于多少美金'


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Vermogen dat naar zijn aard slechts ondernemingsdoelen kan dienen, behoort naar de leer van de vermogensetikettering verplicht tot het ondernemingsvermogen (box 1). Als dit vermogen zou


Wetstoelichtingen

Doorschuiving bij niet langer aanwezig zijn van een aanmerkelijk belang Het niet langer aanwezig zijn van een aanmerkelijk belang wordt aangemerkt als een fictieve vervreemding van de tot het aanmerkelijk


Wetstoelichtingen

Van de in het rapport opgenomen voorstellen zijn enkele in de loop van de jaren in al dan niet gewijzigde vorm in verschillende wetsvoorstellen overgenomen.


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Op het moment dat een ondernemer zijn onderneming beëindigt, realiseert hij een stakingswinst. Stakingswinst wordt in de heffing van inkomstenbelasting betrokken als winst uit onderneming


Wetstoelichtingen

1 Toerekening inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag bij partners In art. 2.17 lid 1 Wet IB 2001 bevat de hoofdregel hoe bij fiscaal partners inkomensbestanddelen en bestanddelen


Wetstoelichtingen

1 Achtergrond van de regeling  Landbouwbedrijven die landbouwgrond in eigendom hebben en die de grond verkopen of hun onderneming beëindigen, kunnen aanspraak maken op de landbouwvrijstelling van art


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen komen in aftrek bij degene die de uitgaven doet (art. 6.1 lid 2 onder a jo. art. 6.2 Wet IB 2001) en worden bij de ontvanger belast (art. 3.100 jo.


Wetstoelichtingen

1 Inleiding In box 2 wordt het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang in de heffing betrokken. Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang is het inkomen uit aanmerkelijk belang verminderd met


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) worden aangemerkt ‘reguliere voordelen’ (verminderd met de aftrekbare kosten) en ‘vervreemdingsvoordelen’ ( art. 4.12 Wet IB 2001 ). Anders gezegd


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Voor ondernemers die hun onderneming willen overdragen aan hun bedrijfsopvolger zonder fiscale afrekening, is in art. 3.63 Wet IB 2001 een doorschuiffaciliteit / doorschuifregeling in de


Wetstoelichtingen

Dit was mede gebaseerd op oude beleidsbesluiten, welke op dat punt echter zijn ingetrokken.


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Indien de IB-ondernemer zijn onderneming staakt, moet worden afgerekend over de voordelen uit de onderneming die niet eerder in de heffing van inkomstenbelasting zijn betrokken (art. 3.61


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Voorwerpen van kunst en wetenschap behoren niet tot de bezittingen van de rendementsgrondslag van box 3, tenzij deze voorwerpen hoofdzakelijk (70% of meer) worden aangehouden als belegging


Wetstoelichtingen

Algemeen Indien een aandelenbezit dat op grond van art. 4.6 of 4.7 Wet IB 2001 een zelfstandig aanmerkelijk belang vormt, bijvoorbeeld door een gedeeltelijke vervreemding, door vererving, door een emissie


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Tot het inkomen uit werk en woning worden gerekend de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen. De belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen zijn (art. 3.100 lid 1


Wetstoelichtingen

1 Monumentenaftrek (vervallen per 1 januari 2019) De Monumentenaftrek is per 1 januari 2019 vervallen. Daarvoor in de plaats is de zogenaamde Subsidieregeling Woonhuis-Rijksmonumenten gekomen. Deze


Wetstoelichtingen

1 Soort-aanmerkelijkbelang In welke gevallen sprake is van een aanmerkelijk belang, wordt in eerste instantie bepaald door art. 4.6 Wet IB 2001 . Indien op grond van art. 4.6 Wet IB 2001 geen aanmerkelijk


Wetstoelichtingen

Rangorderegeling en boxhopping Op grond van de rangorderegeling (art. 2.14 Wet IB 2001) vallen voordelen of vermogensbestanddelen die al dan niet vrijgestelde voordelen genereren onder de eerst mogelijke


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Bij een overgang krachtens erfrecht van aanmerkelijkbelangaandelen moet bij de erflater voor de heffing van inkomstenbelasting worden afgerekend over het vervreemdingsvoordeel dat betrekking


Wetstoelichtingen

1 Vrijstelling voor begrafenispolissen Box 3 kent in art. 5.10 onder a Wet IB 2001 een vrijstelling voor een uitvaartverzekering of een andere overlijdensrisicoverzekering. De vrijstelling voor de som


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Als in het kader van een verkrijging met toepassing van art. 4.22 Wet IB 2001 vanwege het ontbreken van een tegenprestatie of een niet onder normale omstandigheden tot stand gekomen tegenprestatie


Wetstoelichtingen

1 Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (Hillen-aftrek)  Als de voordelen die een belastingplichtige uit diens eigen woning geniet ( art. 3.112 Wet IB 2001 ) hoger zijn dan de aftrekbare


Wetstoelichtingen

1 Algemeen Het boxensysteem van de Wet IB 2001 is in beginsel een gesloten systeem. Dit heeft tot gevolg dat positieve inkomsten uit de ene box niet met negatieve inkomsten uit een andere box kunnen


Wetstoelichtingen

1 Waardering woningen De waarde van woningen die in box 3 vallen, zoals vakantiewoningen of verhuurde woningen, wordt gesteld op de waarde die wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet WOZ (de


Wetstoelichtingen

Doorschuifregeling bij verkrijging tbs-vermogen krachtens verdeling van een huwelijksgemeenschap In art. 3.98d Wet IB 2001 is vastgelegd dat als bij een echtscheiding de huwelijksgemeenschap zodanig