Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8711) voor '2026年中证500主连指数涨跌对A股影响'


Wetstoelichtingen

De redelijkheid en billijkheid verzette zich in dit geval tegen het medehuurderschap van de geregistreerde partner ( Rb Amsterdam 4 juni 2006, nr C/13/540279 / KG ZA 13-472, ECLI:NL:RBAMS:2013:3909


Wetstoelichtingen

Zo oordeelde bijvoorbeeld Hof Amsterdam ( 24 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1993 ) over de vraag of partijen bij huwelijkse voorwaarden hadden afgezien van pensioenverevening.


Wetstoelichtingen

Voor provinciale monumenten is – op basis van art. 2.42a Invoeringswet Omgevingswet – per 1 januari 2024 de grondslag vervallen om deze monumenten ingeschreven te houden in de openbare registers.


Wetstoelichtingen

De volgende zaken vormen bezittingen in Nederland:   a. in Nederland gelegen onroerende zaken. Dit zijn onroerende zaken die niet tot een ondernemingsvermogen behoren.


Wetstoelichtingen

De aansprakelijkheid op grond van art. 2:180 lid 2 onder a BW (oud) is daarnaast beperkt in tijd.


Wetstoelichtingen

Daarom is de FSV op 27 februari 2020 uitgezet en daarna niet meer gebruikt.


Wetstoelichtingen

Lhoëst, 'Uit de praktijk van het Notarieel Juridische Bureau', WPNR 2006/6684 en het Californische volmacht-arrest (Hoge Raad 21 november 1952, NJ 1953/574, ECLI:NL:HR:1952:297, brondocument niet beschikbaar


Wetstoelichtingen

Dat houdt in dat art. 3.59 Wet IB 2001 niet alleen van toepassing is op ondernemers maar ook op de in art. 3.3 lid 1 onderdelen a en b Wet IB 2001 genoemde medegerechtigden en schuldeisers die winst


Wetstoelichtingen

, nr. 2025-10381 , onderdeel 5.13). 5 Afwijkende vervreemdingstijdstippen In de leden 2 tot en met 8 van art. 4.46 Wet IB 2001 wordt voor een aantal specifieke gevallen een afwijkend vervreemdingstijdstip


Wetstoelichtingen

Hetgeen hierna wordt besproken is gebaseerd op de tot 1 januari 2016 geldende wetgeving.


Wetstoelichtingen

Ook na ontbinding van de gemeenschap blijft art. 1:96 lid 3 BW van toepassing, zolang de gemeenschap nog niet is verdeeld (art. 1:100 lid 3 BW).


Wetstoelichtingen

Rechtbank Zeeland West-Brabant heeft op 26 september 2022 ( ECLI:NL:RBZWB:2022:8609 ) het arrest van de Hoge Raad toegepast, waardoor het ontbindingsbesluit is herroepen.


Wetstoelichtingen

Rechtbank Overijssel ( 31 maart 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1367 ) oordeelde evenwel dat onder omstandigheden – hoewel de vruchten in de boedel vallen – het in verband met een testamentaire bepaling toch


Wetstoelichtingen

Vervolgens vernietigt de rechter op verzoek van A de koop tussen A en B wegens misbruik van omstandigheden.


Wetstoelichtingen

In een uitspraak van de Kantonrechter op 26 augustus 2020 ( nr 8307889 EJ VERZ 20-40, ECLI:NL:RBNHO:2020:6845 ) oordeelde de rechter dat de erfgenamen verplicht waren om medewerking te verschaffen aan


Wetstoelichtingen

Per 1 januari 2021 is in de Wet op belastingen van rechtsverkeer een vrijstelling voor de verkrijging van een woning door 'starters' opgenomen in art. 15 lid 1 onder p WBR.


Wetstoelichtingen

In de casus die ten grondslag lag aan het arrest van Hof Den Haag van 16 maart 2021 ( nr 200.279.820, ECLI:NL:GHDHA:2021:429 ) had de regeling van art. 48 Inv. uitkomst kunnen bieden.


Wetstoelichtingen

In welke hoedanigheid wordt verkregen is daarbij niet van belang ( Hof Den Bosch 26 februari 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:540 ).


Wetstoelichtingen

instelling in staat te stellen haar beleid vorm te geven, ten einde de geïdentificeerde risico’s adequaat te beheersen.’ 5.2 Toelichting uit Specifieke leidraad BFT BFT, Specifieke leidraad Wwft (2024


Wetstoelichtingen

In de uitspraak van Hof Amsterdam 9 januari 2024 ( ECLI:NL:GHAMS:2024:27 ) werd een onderbewindstelling door het Hof opgeheven, omdat het levenstestament voldoende zekerheid bood dat de belangen van


Wetstoelichtingen

Art. 2:107a BW noemt enkele specifieke besluiten die aldus zijn onderworpen aan de goedkeuring van de algemene vergadering, zoals de overdracht van de onderneming (sub a), het aangaan of verbreken van


Wetstoelichtingen

In de Cursus S&E 2024/25, nr. 8.3.0.B, wordt als voorbeeld genoemd een familiebedrijf dat naar de beurs is gegaan, waarbij aan de familieaandeelhouders een verbod is opgelegd om de aandelen gedurende een


Wetstoelichtingen

In onderdeel 2 van het beleidsbesluit van 18 oktober 2016, nr. BLKB2016/130M is deze toezegging opgenomen.


Wetstoelichtingen

Het artikel maakt onderdeel uit van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten ( Kamerstukken 35179 ) die (gedeeltelijk) op 8 juli 2020


Wetstoelichtingen

voorwerp kan zijn, de eigendom, de hypotheek, het vruchtgebruik en de in art. 8:821 BW en art. 8:827 eerste lid onder b BW genoemde voorrechten zijn. 2 Hypotheek De tegenhanger van art. 8:202