Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8745) voor '中国期货研报 2026年3月 金属期货 能源期货 农产品期货 最新分析'


Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam 24-07-2014 ECLI:NL:GHAMS:2014:3402

Casus Zoon Z koopt in 1991 een woning. Hij gaat daarin wonen met zijn ouders en zijn broer. Als Z in 1993 naar het buitenland verhuist, blijven de ouders in de woning wonen. Na het overlijden van vader


Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam 11-01-2013 ECLI:NL:GHAMS:2013:BY9886

Casus Zoon (Z) heeft schulden aan zijn vader (V) door geldleningen. Bij een ongedateerde akte van cessie cedeert V een vordering op Z van ruim € 50.000 aan zijn dochter (D). Daarbij wordt afgesproken


Rechtspraak
Hoge Raad 24-10-2014 ECLI:NL:HR:2014:3012

Casus D BV vormde tot 1997 met haar moedermaatschappij M BV een fiscale eenheid (art. 15 Wet Vpb). Als gevolg van de vervreemding door M BV van de aandelen in D BV is D BV in 1997 ontvoegd uit de fiscale


Rechtspraak
Hoge Raad 06-10-2017 ECLI:NL:HR:2017:2549

Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.


Rechtspraak
Hoge Raad 13-07-2018 ECLI:NL:HR:2018:1137

Casus Stichting A is aangemerkt als ANBI en een instelling in de zin van art. 19 lid 1 Woningwet. A heeft een aantal onroerende zaken gekocht van een andere als ANBI aangemerkte stichting, ter realisatie


Rechtspraak
Rechtbank Den Haag 01-05-2019 ECLI:NL:RBDHA:2019:4212

Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.


Rechtspraak
Hoge Raad 27-09-2013 ECLI:NL:HR:2013:CA1970

Casus Het huwelijk van M en V is in 1997 ontbonden door echtscheiding. Conform het echtscheidingsconvenant is in de echtscheidingsbeschikking bepaald dat M aan V een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud


Rechtspraak
Hoge Raad 20-01-2012 ECLI:NL:HR:2012:BU3162

Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.


Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-09-2019 ECLI:NL:GHARL:2019:7720

Casus In april 2010 is erflaatster E overleden. E heeft vier erfgenamen achtergelaten, te weten haar zoon Z, haar dochter D en twee kleindochters. In de verklaring van erfrecht hebben Z en beide kleindochters


Rechtspraak
Hoge Raad 05-01-2007 ECLI:NL:HR:2007:AY9928

Casus M en V hebben een man-vrouw-firma en drijven samen een bakkersbedrijf. Zij zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Het bedrijfspand staat op naam van M. Bij het aangaan van de firma heeft hij


Rechtspraak
Hoge Raad 12-12-2003 ECLI:NL:HR:2003:AF8535

De Wet IB 2001 kent de mogelijkheid van een geruisloze inbreng van de onderneming in een N.V. of B.V. (artikel 3.65 Wet IB 2001). De IB-onderneming wordt niet gestaakt; de fiscale claims worden doorgeschoven


Rechtspraak
Hoge Raad 04-05-2007 ECLI:NL:HR:2007:BA0038

Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.


Rechtspraak
Rechtbank Arnhem 10-01-2008 ECLI:NL:RBARN:2008:BC2414

Casus V schenkt aan zijn zoon een aantal nog niet vervallen huurtermijnen van een door hem verhuurd pand (de verhuur valt onder de terbeschikkingstellingsregeling van art. 3.92 Wet IB 2001). De inspecteur


Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-01-2013 ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0823

Casus In 2007 richten X en C BV een vennootschap onder firma op die zich richt op het geven van psychologische adviezen. In de loop van 2008 ontstaat er een zakelijk conflict en op 28 oktober 2008 wordt


Rechtspraak
Hoge Raad 07-07-2017 ECLI:NL:HR:2017:1237

Casus Een stichting is in 1996 aangemerkt als ANBI. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door (een deel van) de verkoopopbrengst van ondernemingen in Brazilië en Paraguay. Het doel van de stichting


Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep 11-06-2014 ECLI:NL:CRVB:2014:1935

Casus Erflater E heeft vanaf 2007 tot aan zijn overlijden in 2011 in een zorginstelling gewoond. Voor de kosten voor zijn zorg en verblijf was E op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ


Rechtspraak
Hoge Raad 09-04-2004 ECLI:NL:HR:2004:AO7332

De Hoge Raad heeft een oordeel gegeven over de IB-aspecten van de meerwaardeclausule. In geval van doorschuiving van de overdrachtswinst van een melkquotum dient die winst later geheel te worden belast


Rechtspraak
Hoge Raad 10-11-2017 ECLI:NL:HR:2017:2825

Casus A en zijn broer B hebben in 2014 een aantal uit luipaardbont vervaardigde voorwerpen geschonken aan een tassenmuseum (gift in natura). Het museum had op dat moment de ANBI-status en was aangemerkt


Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland 05-08-2015 ECLI:NL:RBMNE:2015:5764

Casus M en V zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. M verkoopt een perceel grond aan kind X. M overlijdt. Hij heeft als erfgenamen achtergelaten zijn drie kinderen (X, Y en Z) en V. Vervolgens overlijdt


Rechtspraak
Rechtbank Leeuwarden 15-06-2011 ECLI:NL:RBLEE:2011:BS1753

Casus X verwerft in 2004 een perceel grond met daarop een boerderij met koetshuis en een schuur. De boerderij en het koetshuis zijn aangemerkt als rijksmonument als bedoeld in de Monumentenwet 1988.


Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam 06-02-2014 ECLI:NL:GHAMS:2014:388

Casus In 2009 verkrijgt X tweederde deel van de aandelen in A BV. Het doel van A BV is het verwerven, restaureren, in standhouden en vervreemden van monumenten. In de door de notaris opgestelde aangifte


Rechtspraak
Rechtbank Gelderland 07-09-2018 ECLI:NL:RBGEL:2018:3882

Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.


Rechtspraak
Hoge Raad 28-11-2003 ECLI:NL:HR:2003:AK3697

Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.


Rechtspraak
Hoge Raad 05-04-2013 ECLI:NL:HR:2013:BY8101

Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspraak raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.


Rechtspraak
Hoge Raad 11-07-2014 ECLI:NL:HR:2014:1621

De Hoge Raad heeft op 11 juli 2014 geoordeeld dat art. 2 lid 2 WBR voldoende concreet is en daarom niet onverenigbaar met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM.