Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (2315) voor '15英镑等于多少美金'


Wetstoelichtingen

De vereveningsgerechtigde moet over informatie kunnen beschikken betreffende de aard en omvang van de pensioenrechten van de ander. In dat kader bepaalt art. 9 Wvps dat de (ex-)echtgenoten, het uitvoeringsorgaan


Wetstoelichtingen

In een eerste versie van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) was een bepaling opgenomen dat pensioen gelegen voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel buiten beschouwing zou blijven


Wetstoelichtingen

1 De Wvps vanaf 1 mei 1995 De Wvps geldt voor scheidingen die tot stand zijn gekomen ( art. 1:163 BW ) op of ná 1 mei 1995 (art. 12 lid 1 Wvps). 2 Overgangsrecht In art. 12 lid 2 Wvps is bepaald


Wetstoelichtingen

1 Inleiding In art. 2 lid 3 WBR, zoals deze bepaling luidt per 1 januari 2025, is bepaald dat niet als economische eigendom wordt aangemerkt: de verkrijging van een recht op levering; de verkrijging


Wetstoelichtingen

1 Verbod benadeling (lid 1) Een Wwft-instelling – zoals een notariskantoor met Wwft-dossiers – mag een persoon die voor haar werkzaam is niet benadelen omdat diegene te goeder trouw en naar behoren:


Wetstoelichtingen

In art. 37 Kw wordt aan de in te schrijven notariële akten voor de rechtsfeiten uit art. 26 Kw (inschrijfbare feiten), art. 30 Kw (vervullen van voorwaarde bij voorwaardelijke rechtshandeling),


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De Wet tegenbewijsregeling box 3 is met ingang van 19 juli 2025 in werking getreden. Op grond van deze wet wordt een belastingplichtige – die meent dat zijn werkelijke rendement in een belastingjaar


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Naast de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (hierna: Wvps) is een tweede wet relevant voor de pensioenaspecten bij scheiding: de Pensioenwet (hierna: PW). In de PW is het recht


Wetstoelichtingen

1 Volmachtverlening door gevolmachtigde Hoewel het begrip ‘substitutie’ in de wet niet als zodanig wordt genoemd, wordt dit begrip in de praktijk wel veel gebruikt. Het betreft de bevoegdheid namens


Wetstoelichtingen

1 Gevolg bevoegde vertegenwoordiging Het gevolg van het handelen op grond van een volmacht is dat bij (bevoegde) vertegenwoordiging de rechtshandeling tussen de volmachtgever en de derde tot stand komt


Wetstoelichtingen

1 Gevolmachtigde als wederpartij De gevolmachtigde is beperkt in gevallen waarin hij zelf als wederpartij van de volmachtgever optreedt. Dat is slechts mogelijk als de inhoud van de te verrichten rechtshandeling


Wetstoelichtingen

1 Overschrijden vertegenwoordigingsbevoegdheid Mocht de vertegenwoordiger zijn bevoegdheid te buiten zijn gegaan, dan kan de pseudo-vertegenwoordigde (ofwel: de volmachtgever) de rechtshandeling bekrachtigen


Wetstoelichtingen

1 Bewijs van volmacht Art. 3:71 BW bepaalt dat verklaringen door een gevolmachtigde afgelegd, door de wederpartij als ongeldig van de hand kunnen worden gewezen, als hij de gevolmachtigde terstond om


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Uit art. 2:5 BW volgt dat rechtspersonen voor het vermogensrecht worden gelijkgesteld met natuurlijke personen. Deze regel is van toepassing op alle rechtspersonen die het Nederlandse recht


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Een verdeling van de gemeenschap kan op twee manieren worden afgedwongen: De rechter kan worden gevraagd de wijze van verdeling te gelasten of de verdeling zelf vast te stellen (


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Van de in art. 3.13 Wet IB 2001 genoemde vrijstellingen is met name de vrijstelling van kwijtscheldingswinst in art. 3.13 lid 1 onder a Wet IB 2001 in de praktijk van belang. De vrijval van


Wetstoelichtingen

1 Inleiding De rechter heeft een discretionaire bevoegdheid een deelgenoot te machtigen voor het te gelde maken (dus ook verkoop) van een gemeenschappelijk goed (art. 3:174 lid 1 BW). Dit kan uitkomst


Wetstoelichtingen

1 Verdeling vorderen (art. 3:178 BW) Verdeling van een gemeenschappelijk goed kan te allen tijde worden gevorderd, tenzij uit de aard van de gemeenschap of uit art. 3:178 lid 2, 3 en 5 BW anders voortvloeit


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Een omgevingsvisie moet door elk van de bij het omgevingsrecht betrokken bestuursorganen (op zowel rijksniveau, provinciaal niveau als gemeentelijk niveau) worden vastgesteld en bevat een


Wetstoelichtingen

1 Hoofdlijnen regelgeving activiteiten in de fysieke leefomgeving Art. 4.1 Omgevingswet (Ow) bevat de regelgevende bevoegdheid voor het vaststellen van algemene regels over activiteiten in de fysieke


Wetstoelichtingen

1 Hoofdlijnen omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning is de officiële toestemming van een overheidsinstantie aan burgers, bedrijven en andere overheden om bepaalde activiteiten te verrichten in de


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Door de invoering van de Omgevingswet is de aanwijzing als provinciaal monument en (op termijn) gemeentelijke monumenten geregeld in het omgevingsplan dat via het Digitaal Stelsel Omgevingswet


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Een gedoogplicht is de plicht voor de eigenaar en andere rechthebbenden om activiteiten op, in, onder en boven hun eigendom te gedogen. In gevallen waarin de rechthebbende geen toestemming


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Het grondbeleidsinstrument ‘onteigening’ – voorheen geregeld in de Onteigeningswet uit 1851 – is op 1 januari 2024 via de Aanvullingswet grondeigendom in de Omgevingswet terechtgekomen. Het


Wetstoelichtingen

1 Inleiding Deze toelichting beschrijft welke personen, rechtspersonen en vennootschappen in verschillende situaties kwalificeren als cliënten in de zin van de Wwft. Die kwalificatie heeft gevolgen voor