Wetstoelichtingen
Het belang hiervan is nogmaals bevestigd door het Hof Arnhem-Leeuwarden ( 5 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2633 ).
Wetstoelichtingen
Zie Hof Arnhem-Leeuwarden ( 12 mei 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3677 ) voor een geval waarin de sanctie van art. 21 WvK op het overtreden van het beheerverbod niet op zijn plaats was.
Wetstoelichtingen
Uit een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant ( 9 december 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8408 ) volgt dat de aanslagtermijn alleen wordt verlengd als binnen de aanslagtermijn kenbaar uitstel is verleend
Wetstoelichtingen
1 Monumentenvrijstelling vervallen per 1 januari 2010
Tot 1 januari 2010 was in art. 15.1.p WBR een vrijstelling voor de heffing van overdrachtsbelasting opgenomen voor de verkrijging van een rijksmonument
Wetstoelichtingen
De Kennisgroep ( KG:202:2022:13 ) stelt zich op het standpunt dat een onverdeelde boedel geen economische eenheid vormt, zoals bedoeld in art. 5.19 lid 2 Wet IB 2001.
Wetstoelichtingen
Zo oordeelde Rechtbank Gelderland op 18 december 2024 ( ECLI:NL:RBGEL:2024:9140 ) dat de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk waren voor het tekort dat door de uitkering na de kapitaalvermindering was
Wetstoelichtingen
Zie in dit kader ook het arrest van Hof Den Haag van 12 november 2024 ( ECLI:NL:GHDHA:2024:2205 ). 2 Verhouding met vernietiging besluit Hoewel een verzoek tot vervangende machtiging op grond van
Wetstoelichtingen
Zie ook de uitspraak van Rechtbank Gelderland 22 maart 2021, nr 20/967, ECLI:NL:RBGEL:2021:1347 .
Wetstoelichtingen
Ingaande 1 januari 2022 zijn verliezen één jaar achterwaarts en onbeperkt voorwaarts verrekenbaar maar met een temporisering.
Wetstoelichtingen
, dat werd gepubliceerd naar aanleiding van drie arresten van de Hoge Raad van 22 oktober 2004 (nrs 38464, 38540 en 39082 ) en drie arresten van 24 februari 2006 (nrs 39961, 40011, 41166) betreffende
Wetstoelichtingen
Voor de vennootschapsbelasting zijn de regels voor verliesverrekening aangepast per 1 januari 2022.
Wetstoelichtingen
uitzondering van leningen die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitoefening van het ambt of voor persoonlijke doeleinden (art. 23 lid 2 sub a Wna).
Wetstoelichtingen
In het kader van ontwikkelingen van nieuwe constructies en technologie, is in 2021 een artikel verschenen van J.W.A. Biemans en J. Veenhof inzake drijvende zonneparken (WPNR 2021/7319).
Wetstoelichtingen
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel verleent op 16 juni 2023 ( ECLI:NL:RBOVE:2023:2323 ) machtiging voor de verkoop van een woning.
Wetstoelichtingen
Voor de belastingheffing op grond van de Successiewet wordt hiermee geen rekening gehouden ( MvF 15 juni 2022, nr. 2022-0000013460 , onderdeel 5) .
Wetstoelichtingen
, ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ6791, brondocument niet beschikbaar).
Wetstoelichtingen
Dat het stemrecht op basis van een aandeelhoudersovereenkomst tijdelijk niet kan worden uitgeoefend, doet geen afbreuk aan art. 2:190 BW ( Hof Amsterdam 3 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2948 ).
Wetstoelichtingen
Zo wordt betoogd dat de regeling van de informele vereniging geschrapt moet worden (zie A. Cavallé Medina, 'Rechts(on)zekerheid en de informele vereniging', WPNR 2020/7298).
Wetstoelichtingen
De Tijdelijke wet COVID-19 zou volgens het oorspronkelijke wetsvoorstel vervallen op 1 september 2020, maar de vervaldatum werd verlengd naar 1 februari 2023. Per 1 februari 2023 is de wet vervallen.
Wetstoelichtingen
Als de Inspecteur niet binnen twintig maanden (tot 2026 was de termijn acht maanden) na het overlijden van de erflater aan hen een aangiftebiljet heeft uitgereikt, zijn ook deze verkrijgers verplicht om
Wetstoelichtingen
In de zaak Rechtbank Midden-Nederland 23 september 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4318 oordeelde de Kantonrechter dat een stacaravan als geheel gekwalificeerd moet worden als een onroerende zaak.
Wetstoelichtingen
A-C, p. 5). In de literatuur wordt deze stelling verworpen als te vergaand, zeker als de art. 7:404-persoon een werknemer is.
Wetstoelichtingen
Heemskerk, Pensioenrecht, Den Haag: Boom juridisch 2020, nr. 15.7.3.
Wetstoelichtingen
Vergelijk ook de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 30 maart 2020 ( ECLI:NL:OGEAC:2020:84 ).
Wetstoelichtingen
De artikelen 181, 183 en 195-200 van Boek 3 van dit wetboek en de artikelen 677-680 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.