Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8745) voor '中国期货研报 2026年3月 金属期货 能源期货 农产品期货 最新分析'


Wetstoelichtingen

Art. 32 lid 1 sub 3 SW - vrijstelling erfbelasting algemeen nut beogende instelling (ANBI) Art. 32 lid 1 sub 4 SW - vrijstelling erfbelasting familie/overige verkrijgers Art. 32 lid 1


Wetstoelichtingen

CPP2006/2674M , onderdeel 6.4 (thans MvF 3 november 2025, nr. 2025-10381 , onderdeel 5.6), met betrekking tot de certificering van aandelen van overeenkomstige toepassing zijn.


Wetstoelichtingen

De statuten kunnen bepalen dat houders van aandelen op naam door middel van oproepingsbrieven (art. 2:113 lid 3 BW) worden opgeroepen.


Wetstoelichtingen

Art. 33 sub 13 SW - SBBI Art. 33 sub 14 SW - steunstichting SBBI Art. 33a SW - schenking ten behoeve van de eigen woning (vervallen) 2 Omvang vrijstellingen schenkbelasting (2026


Wetstoelichtingen

Vanaf 1 januari 2024 geldt in alle gevallen de WOZ-waarde als de bodemwaarde ( Belastingplan 2024 ).


Wetstoelichtingen

Sinds van 1 januari 2023 is in art. 28 lid 5 Inv een delegatiebepaling opgenomen op grond waarvan bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald om in specifieke gevallen waarop art. 28 lid 3 Inv


Wetstoelichtingen

Tot slot is in art. 12.45 lid 3 Omgevingswet bepaald dat de regeling uit art. 7:3 BW (de inschrijving van de koopovereenkomst in de openbare registers, ook wel aangeduid als ' Vormerkung ') niet van


Wetstoelichtingen

Dit is bevestigd in  een arrest van de  Hoge Raad van 19 november 2021 ( ECLI:NL:HR:2021:1719 ).


Wetstoelichtingen

Deze boete bedraagt 3 ‰ van de koopprijs. Deze boetes kunnen niet naast elkaar worden gevorderd.


Wetstoelichtingen

, ECLI:NL:HR:2006:AW6598 ).


Wetstoelichtingen

In beginsel behoren het depot en de daarmee samenhangende schuld tot de grondslag van box 3. Voor nieuwbouwwoningen wordt goedgekeurd dat de schuld en het depot in box 1 worden geplaatst.


Wetstoelichtingen

Zie voor nadere voorwaarden art. 3 UR Inv. en art. 6 UB Inv.


Wetstoelichtingen

Moll (Tijdschrift Erfrecht 2020, nr. 3) besteedt aandacht aan de vraag of de gedwongen toerekening van art. 4:228 BW ook geldt voor verjaarde schulden.


Wetstoelichtingen

Volgens rechtspraak kan deze wanprestatie ook doorwerken in de vennootschappelijke orde (art. 2:8 lid 1 BW). 3 Wijzigingen in verband met Tijdelijke wet COVID-19 Op 16 april 2020 werd de Tijdelijke


Wetstoelichtingen

Tot slot zal de som ineens rechtstreeks aan het kind moeten worden uitgekeerd op een bankrekening met BEM-clausule. 3 Handleiding Financiële belangen Minderjarigen Op 12 november 2024 is door het Landelijk


Wetstoelichtingen

Zo oordeelde Rechtbank Noord-Nederland ( 1 juni 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:2689 ) dat de geldlening van kind K verstrekt in 1992 aan zijn ouders van ƒ 150.000 was verjaard (art. 3:310 lid 1 BW).


Wetstoelichtingen

Dit brengt in bepaalde gevallen mee dat er een plicht bestaat voor de opschortende partij om mede te delen op welke grond de opschorting berust. 3 Ontbinding Uit art. 6:265 BW volgt dat iedere tekortkoming


Wetstoelichtingen

De Hoge Raad ( 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:476 ) oordeelt dat uit de bewoordingen van art. 7 lid 2 SW voortvloeit dat de vermindering niet hoger kan zijn dan het bedrag aan erfbelasting dat over de


Wetstoelichtingen

Zie ook de uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 5 augustus 2020 ( ECLI:NL:RBROT:2020:6916 ).


Wetstoelichtingen

Zo ja, dan is er op grond van art. 8 lid 3 Wwft sprake van een verhoogd risico. Zie hierover de toelichting Verscherpt cliëntenonderzoek .


Wetstoelichtingen

Hof Arnhem-Leeuwarden   (3 november 2020, nr 19/00813, ECLI:NL:GHARL:2020:9062)   oordeelde ook dat geen sprake was van feitelijk en rechtens herstel als bedoeld in art. 19 lid 1 aanhef en onderdeel


Wetstoelichtingen

In die situatie is dan sprake van onbevoegde vertegenwoordiging  op grond van art. 3:70 BW.


Wetstoelichtingen

De aanspraak wordt jaarlijks tot de overige bezittingen in box 3 gerekend. Zie Kennisgroepstandpunt Belastingdienst, KG:070:2025:4 .


Wetstoelichtingen

Hof Den Haag ( 13 juli 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1312 ) heeft aan de hand van art. 5:112 lid 3 BW geoordeeld dat een uitdrukkelijke vermelding in de splitsingsakte is vereist om een appartementseigenaar


Wetstoelichtingen

Zie Kennisgroepstandpunt Belastingdienst, KG:212:2025:3 .