Rechtspraak
Hoge Raad
21-04-2023
ECLI:NL:HR:2023:635
Casus X en Y waren bestuurders van een groep vennootschappen, die failliet zijn gegaan. De curator vordert aansprakelijkheid van de bestuurders op grond van art. 2:248 BW. Hof Het Hof oordeelt X
Rechtspraak
Hof van Justitie EU
22-06-2017
ECLI:EU:C:2017:489
Het Hof van Justitie EU heeft geoordeeld dat een pre-packprocedure een overgang van een onderneming is, waarop de Europese Richtlijn 2001/23/EG van toepassing is, zodat werknemers bij een pre-packprocedure
Nieuws
28-01-2025
BFT , Bijlage 1 bij de Specifieke leidraad van het BFT (2024), I Factoren voor notarissen, 8.
Nieuws
16-10-2025
Rechtbank Zeeland West Brabant 23 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6382 X verkrijgt het kantoorgedeelte dat is afgesplitst van een pand dat voorheen bestond uit een woon- en kantoorgedeelte, met
Beleidsbesluiten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
03-07-2019
2019-36844
Vervallen
Beleidsbesluiten
Ministerie van Financiën
07-04-2017
2017-59142
Vervallen
Beleidsbesluiten
Ministerie van Financiën
27-01-2015
BLKB2015/33M
Vervallen
Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
29-07-2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:2533
K voldoet op 11 mei 2012 aan het vonnis. Op 16 mei 2012 wordt aan K verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag op het verkochte.
Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
29-04-2020
ECLI:NL:RBOBR:2020:2386
Casus M en V hebben in 2011 hun samenleving beëindigd. In 2016 heeft V het verzoek tot echtscheiding bij de Rechtbank ingediend. Het huwelijk tussen M en V is in 2018 door echtscheiding ontbonden.
Rechtspraak
Hoge Raad
25-02-2022
ECLI:NL:HR:2022:307
Mellema-Kranenburg, 'Het testament van een 104-jarige', JBN 2022/36
Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
28-05-2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:3255
Schols in Estate Tip Review, afl. 2025-4
Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
13-12-2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:3494
Casus X heeft in 1985 het recht van voorkeur op het registergoed van zijn vader. Zijn vader verkoopt dit registergoed in 1989 aan Y, de broer van X. In de akte van levering staat dat Y bekend is met het
Rechtspraak
Hoge Raad
07-03-2014
ECLI:NL:HR:2014:501
Op de grond bevindt zich een stacaravan, die K in februari 2011 van E koopt.
Rechtspraak
Hoge Raad
07-03-2014
ECLI:NL:HR:2014:501
Op de grond bevindt zich een stacaravan, die K in februari 2011 van E koopt.
Rechtspraak
Hoge Raad
02-12-2016
ECLI:NL:HR:2016:2733
Hoge Raad (27 februari 2015) Het standpunt van A dat voor de invulling van het begrip 'beleggingen' in art. 40 lid 1 Inv. betekenis toekomt aan art. 2 lid 5 Wet Vpb faalt (in deze bepaling is opgenomen
Rechtspraak
Hoge Raad
17-08-2018
ECLI:NL:HR:2018:1313
Wat betreft de woningen die onder de Leegstandwet vallen, zijn partijen het erover eens dat civielrechtelijk sprake is van verhuur ex art. 7:201 lid 1 BW.
Wetsvoorstellen
Dossiernr. 33771
In werking getreden
De belangrijkste wijziging voor het notariaat is de wijziging van art. 2:210 lid 5 BW. Zie art. VIII, G van de wet.
Nieuws
01-04-2026
Bij het indienen van een verzoek voor geruisloze omzetting van een onderneming in een BV (art. 3.65 Wet IB 2001) worden regelmatig fouten gemaakt die tot vertraging in de afhandeling door de Belastingdienst
Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem
02-10-2001
ECLI:NL:GHARN:2001:AD4563
Op grond van art. 5:20 BW is B dan ook in beginsel eigenaar van dit deel van de kelder (verticale natrekking).
Rechtspraak
Hoge Raad
24-02-2017
ECLI:NL:HR:2017:291
Dit heeft tot gevolg dat het tarief van 6% van toepassing is op de verkrijging van het gebouw (art. 14 lid 1 WBR).
Nieuws
04-03-2026
Een kabinetsreactie volgt in het tweede kwartaal van 2026.
Nieuws
01-04-2026
De Kennisgroep Successiewet van de Belastingdienst ( KG:063:2026:2 ) stelt zich op het standpunt dat een borgstelling voor een door een derde verstrekte lening aan een BV een schenking is, als de borgsteller
Rechtspraak
Hoge Raad
12-10-2018
ECLI:NL:HR:2018:1899
Van deze procedure is geen samenvatting beschikbaar. U kunt wel de uitspra(a)k(en) raadplegen, zie onder 'Procedureverloop'.
Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
24-01-2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:211
Casus M en V hebben in hun huwelijkse voorwaarden een periodiek verrekenbeding met een vervaltermijn van 5 jaar opgenomen.
Nieuws
06-08-2025
In dit standpunt ( KG:202:2025:11 ) gaat de Kennisgroep van de Belastingdienst in op de vraag op welke wijze het werkelijk rendement van bezittingen en schulden bij een erflater en bij erfgenamen wordt