Kennisbank voor het notariaat

Zoekresultaten (8705) voor '[克而瑞]2021年1-5月中国房地产企业销售TOP100排行榜_中房网_中国房地产业协会官方网站 (fangchan.com)'


Wetstoelichtingen

Dit geldt niet voor het aangaan van een geregistreerd partnerschap (zie art. 1:80a lid 5 BW).


Wetstoelichtingen

Deze omzetting verloopt dan fiscaal geruisloos (laatstelijk MvF 5 juli 2024, nr. 2024-216483 , onderdeel 5.2).


Wetstoelichtingen

Vanaf 2022 (waardepeildatum 1 januari 2021) wordt bij de WOZ-taxatie van woningen altijd gekeken naar de gebruiksoppervlakte van een woning.


Wetstoelichtingen

In een uitspraak van Rechtbank Amsterdam ( 27 oktober 2021,  ECLI:NL:RBAMS:2021:6043 ) ondertekenen X (18 jaar) en zijn stiefvader (S) in 2010 een notariële akte met daarin het volgende: "Aangezien erflater


Wetstoelichtingen

Fiscale partners hebben ieder recht op het heffingvrije vermogen, tezamen is dit een bedrag van € 114.000 (cijfers 2023), zie art. 5.2 lid 5 Wet IB 2001.


Wetstoelichtingen

De Rechtbank let hierbij op de belangen van beide partijen (art. 4:5 lid 1 tweede volzin BW). Theunissen ( TE 2024/1) gaat in op de vraag wat de rechter verstaat onder ‘gewichtige redenen’.


Wetstoelichtingen

, KG:212:2024:1 ).


Wetstoelichtingen

Schuurman-van Nifterik en C.J.M. van de Luijtgaarden-Braat, 'Cryptovermogen: een virtuele realiteit in de fiscaliteit (deel 1)', EPX 2021/9). Volgens T.H.D.


Wetstoelichtingen

Bovendien is het raadzaam dat een notaris in dergelijke situaties gebruikmaakt van het ' Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening ', dat in 2021 is vernieuwd. 


Wetstoelichtingen

255 BW (art. 1:269 BW). 5 Gevolgen beëindiging gezag (art. 1:274 BW) In art. 1:274 BW staan de gevolgen van gezagsbeëindiging.


Wetstoelichtingen

( ECLI:NL:GHSHE:2021:2010 ) over de reikwijdte van een erfdienstbaarheid en verwees daarbij naar het bepaalde in art. 5:73 lid 1 BW, alsmede naar vaste rechtspraak.


Wetstoelichtingen

In een latere uitspraak oordeelt Rechtbank Rotterdam ( 1 november 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10194 ) over de geldigheid van een digitale handtekening van een overeenkomst van borgtocht in het kader van


Wetstoelichtingen

jo 3.124 lid 1 onder a Wet IB 2001).


Wetstoelichtingen

Vanaf 1 januari 2024 geldt in alle gevallen de WOZ-waarde als de bodemwaarde ( Belastingplan 2024 ).


Wetstoelichtingen

. op de grond staand; 2°. gelegen in achtererfgebied; 3°. op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4°. niet hoger dan 5 meter; 5°. de ligging van een verblijfsgebied, bij


Wetstoelichtingen

Algemeen In art. 3:5 BW is het begrip 'inboedel' omschreven.


Wetstoelichtingen

1 Overnemen resultaten cliëntenonderzoek (art. 5 lid 1 Wwft) Op grond van art. 5 lid 1 Wwft mogen resultaten van (onderdelen van) het cliëntenonderzoek worden overgenomen van andere instellingen.


Wetstoelichtingen

Het CAK stuurt een beschikking aan de cliënt waarin de hoogte van zijn eigen bijdrage is vermeld. 2.4 Wijzigingen per 1 januari 2020 De eigen bijdrage bedraagt sinds 1 januari 2020 maximaal € 19,00


Wetstoelichtingen

I Wet aanpassing fiscale beleggingsinstelling (hierna: WAF) vanaf 1 januari 2025 niet meer direct beleggen in Nederlands vastgoed.


Wetstoelichtingen

Het beroep in cassatie is door de Hoge Raad (27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1019) ongegrond verklaard met toepassing van art. 81 lid 1 Wet RO. 3 Voortzettingsvereiste De Btw-richtlijn en de Wet OB stellen


Wetstoelichtingen

(art. 1:447 lid 1 BW). 


Wetstoelichtingen

Per 1 januari 2011 is de wet gewijzigd bij de wet Overige fiscale maatregelen 2011 ( Stb. 2010, nr 873 ) en is deze beperking vervallen.


Wetstoelichtingen

Zie voorts: Hof Den Haag 25 november 2020 ( ECLI:NL:GHDHA:2020:2257 ) en RFR 2021/35 met een uitgebreide opsomming van relevante jurisprudentie.   2.1 Persoonlijke onlichaamde goodwill Niet alle


Wetstoelichtingen

Zie ook laatstelijk MvF 29 november 2021, nr. 2021-15229 , onderdeel 4.1 5 Einde terbeschikkingstelling De terbeschikkingstellingsregeling eindigt op het moment dat niet langer aan de voorwaarden


Wetstoelichtingen

De Hoge Raad ( 1 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1664 ) heeft het tegen deze uitspraak ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard.