Wetsvoorstellen
Dossiernr. 33006
In werking getreden
Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
29-05-2024
ECLI:NL:RBROT:2024:4975
Casus M en V zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Tijdens de echtscheiding is in geding wat de peildatum is voor de omvang van de ontbonden huwelijksgemeenschap. In de beschikking heeft
Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
12-10-2021
ECLI:NL:GHARL:2021:9560
M treedt in 2016 in het huwelijk.
Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
01-10-2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:8187
Casus X en Y verkrijgen op 14 december 2022 ieder de onverdeelde helft van een onroerende zaak.
Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
20-11-2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:3646
De heffingsambtenaar heeft dit verzoek op 12 mei 2020 afgewezen.
Rechtspraak
Hoge Raad
17-07-2020
ECLI:NL:HR:2020:1315
Casus A en B hebben zich tot X (VOF) gewend voor advies over een levensverzekering. Z is vennoot van X. Z is niet persoonlijk betrokken bij de advisering van A en B.
Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
03-02-2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:2685
levering onder ontbindende voorwaarde, kan evenmin sprake zijn van herstel van de toestand vóór de verkrijging als gevolg van de vervulling van een ontbindende voorwaarde zodat art. 19 lid 1 onder a
Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
21-10-2014
ECLI:NL:GHARL:2014:8030
A BV is van mening dat de verliezen verrekenbaar zijn met de drie voorafgaande jaren 2006, 2007 en 2008.
Beleidsbesluiten
Ministerie van Financiën
28-10-2009
CPP2009/1820M
Vervallen
Rechtspraak
Hoge Raad
01-02-2013
ECLI:NL:HR:2013:BW9757
Nog in geschil is of de gemeente recht heeft op aftrek van 100% van de haar in rekening gebrachte omzetbelasting met betrekking tot de bouw van het stadskantoor.
Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
13-06-2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:2672
Ook is het toerekeningsbeding gezien de aard van de akte waarin dat beding is opgenomen, niet onredelijk bezwarend in de zin van art. 6:233 aanhef onder a BW.
Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
01-04-2015
ECLI:NL:RBOVE:2015:1940
Casus X BV is aandeelhouder en bestuurder van Y BV. X BV wordt als directeur van Y BV ontslagen. Als gevolg van het ontslag dient X BV op basis van de participatieoverenkomst de door haar gehouden aandelen
Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem
22-05-2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BZ7308
Casus M en V zijn in 1987 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden inhoudende een periodiek verrekenbeding. In 2005 scheiden M en V. Tijdens het huwelijk hebben M en V geen uitvoering gegeven aan het periodiek
Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
15-09-2015
ECLI:NL:GHARL:2015:6808
Casus Verkoper (V) heeft aan koper (K) een onroerende zaak verkocht en geleverd. In de akte van levering van 25 maart 2009 is onder meer vermeld dat het verkochte volgens V geen verontreiniging bevat.
Rechtspraak
Hoge Raad
02-12-2011
ECLI:NL:HR:2011:BU6223
Casus Een natuurlijk persoon (X) die in 2008 een rijksmonument had verkregen, en bij kennisneming van de uitspraak van Hof Den Haag van 1 mei 2009 alsnog een bezwaarschrift indiende tegen de voldane
Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
02-02-2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7382
Casus Een vergelijkbare procedure speelde voor Hof Amsterdam. In 2007 had een natuurlijk persoon overdrachtsbelasting afgedragen in verband met de verkrijging van een monumentenwoning. In 2009 maakt
Rechtspraak
Hoge Raad
10-08-2001
ECLI:NL:HR:2001:AB3243
Hof Hof Den Haag heeft geoordeeld dat onbebouwde grond in de zin van art. 11 lid 4 Wet OB ontstaat indien een gebouw geheel wordt gesloopt, zodanig dat op het perceel geen bebouwing meer over is die nog
Rechtspraak
Hoge Raad
20-06-2014
ECLI:NL:HR:2014:1489
Casus Zorgkantoor VGZ heeft in 2008 een persoonsgebonden budget (PGB) toegekend aan X (de vader van Z) en een voorschot uitgekeerd. X is in juni 2008 overleden. In december 2008 heeft VGZ het PGB van
Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
11-12-2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:5185
Het Hof van Justite EU heeft geoordeeld dat de Nederlandse regeling inzake de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting in strijd is met het EU-recht. Naar aanleiding van deze uitspraak is het besluit
Rechtspraak
Rechtbank Utrecht
15-10-2012
ECLI:NL:RBUTR:2012:BY1887
In de praktijk blijkt een executieveiling van een woning niet de hoogst haalbare verkoopopbrengst te genereren. Het wettelijk alternatief is art. 3:268 lid 2 BW, de onderhandse verkoop door de hypotheekhouder
Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
14-02-2018
ECLI:NL:RBAMS:2018:754
Casus M en V zijn van echt gescheiden. Voor hun huwelijk hebben zij huwelijksvoorwaarden gemaakt. Daarin hebben zij elke gemeenschap van goederen uitgesloten. Die uitsluiting hebben zij gecombineerd
Rechtspraak
Gerechtshof Leeuwarden
31-05-2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ7318
Casus M en V zijn in 2003 met elkaar in het huwelijk getreden. Zij waren aanvankelijk van plan een geregistreerd partnerschap aan te gaan en zijn in 2002 partnerschapsvoorwaarden aangegaan, waarin elke
Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
22-10-2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4261
Casus M en V hebben in 1998 hun woning verkocht onder voorbehoud van de rechten van gebruik en bewoning. Deze rechten eindigen op de dag dat de langstlevende overlijdt. De vaste (woon)lasten zijn voor
Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem
08-05-2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BW6254
Casus Vader V draagt op 12 december 2003 alle aandelen in garagebedrijf G BV over aan de BV van zijn zoon, J BV. Diezelfde dag draagt G BV het bedrijfspand met daarin stille reserves over aan J BV (de
Rechtspraak
Hoge Raad
07-03-2003
ECLI:NL:HR:2003:AE9405
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat slopen van een gebouw leidt niet meer automatisch tot een vervaardigd goed, ondanks het feit dat door de sloop sprake is een functiewijziging. Een gebouw kan slechts als