LOADING  
Fiscaal
Civiel

Terug

Overige zoekresultaten

Uitspraak

Na (turbo)liquidatie opengevallen of nog open te vallen legaten of erfstellingen vormen geen baten als bedoeld in art. 2:23c BW

Uitspraak

Verlaagd tarief overdrachtsbelasting voor intern gesloopt kantoorpand dat wordt getransformeerd tot woningen

Uitspraak

Verbouwing kantoorpand ver genoeg gevorderd voor toepassing 2%-tarief

Uitspraak

Geen doorschuiffaciliteit wegens ontbreken voortgezet ondernemerschap en materiële onderneming

Uitspraak

Geen doorschuiffaciliteit wegens ontbreken voortgezet ondernemerschap en materiële onderneming

Uitspraak

Ik-oma-making is een legaat en niet afhankelijk van een rechtshandeling van tante; art. 10 lid 9 SW van toepassing

Uitspraak

Uitleg testament in verband met uitsluiten wilsrechten

Uitspraak

Vader was ingevolge art. 1:253i BW bevoegd om rekeningen van kinderen leeg te halen en op te heffen

Uitspraak

Verzoek mede-erfgenaam om WOZ-beschikking op eigen naam op grond van art. 26 Wet WOZ in cassatie toegewezen

Uitspraak

Resten van bebouwing op perceel verhinderen niet dat perceel als bouwterrein moet worden aangemerkt

Schenking onder opschortende voorwaarde wordt voor verkrijger in box 3 gewaardeerd als bezitting belast met een genotsrecht

Procedureverloop
Rechtbank Gelderland, 02-07-2019, nr. AWB 17/3896 t/m AWB 17/3899 en AWB 18/3984, ECLI:NL:RBGEL:2019:2909

Gerelateerde thema's
Waardering bezittingen en schulden (art. 5.19 Wet IB 2001)


Mail a friend

Casus
Moeder M schenkt aan zoon Z tweemaal een bedrag bij notariƫle akte, beide onder opschortende voorwaarde van het overlijden van M. Indien Z tegelijk of eerder dan M overlijdt, dan zijn de kinderen van Z begunstigden van de schenking. Z heeft dus renteloze vorderingen op M die behoren tot de bezittingen in box 3.
Z stelt dat bij de waardering van de vorderingen rekening moet worden gehouden met de kans dat Z eerder overlijdt dan M en dat deze dus in aanmerking moeten worden genomen voor de waarde in het economische verkeer (art. 5.19 lid 1 Wet IB 2001). De Inspecteur stelt dat de vorderingen moeten worden gewaardeerd als bezittingen belast met genotsrechten ten behoeve van M (art. 5.22 Wet IB 2001). In geschil is hoe deze vorderingen moeten worden gewaardeerd en of daarbij rekening moet worden gehouden met een mogelijk vooroverlijden van Z.

Rechtbank
Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever een ruim toepassingsbereik van het begrip genotsrecht in art. 5.22 lid 3 Wet IB 2001 heeft beoogd. Daarom oordeelt de Rechtbank dat de renteloze vorderingen als genotsrechten moeten worden aangemerkt. Omdat M het genot heeft van de aan de renteloze vorderingen ten grondslag liggende gelden, moeten deze vorderingen worden gewaardeerd overeenkomstig ...


Niet ingelogd - Welkom bij Via Juridica

Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn. U kunt rechtsboven inloggen.

Geen inloggegevens?
Heeft u nog geen inloggegevens, dan kunt u dit document los kopen of een abonnement afsluiten.
Voor (voltijd)studenten is een abonnement gratis.

Gebruikers van Via Juridica

Hieronder treft u enkele notariskantoren aan die toegang hebben tot de inhoud van de databank Via Juridica. Als particulier kunt u bij deze kantoren terecht voor een antwoord op uw vragen.
Bent u notaris, heeft u een abonnement op Via Juridica en staat het logo van uw kantoor hier nog niet bij? Mail uw logo dan naar info@fbn.nl zodat wij deze kunnen plaatsen.