LOADING  
Fiscaal
Civiel

Terug

Overige zoekresultaten

Uitspraak

Ontbreken van actieve werkzaamheden is geen beletsel voor splitsingsvrijstelling art. 15.1.h WBR bij zuivere splitsing in verband met bestuursvacuüm

Uitspraak

Aandelen in BV die een recreatiepark exploiteert kwalificeren als fictieve onroerende zaken

Uitspraak

Wijziging van gerechtigdheid huwelijksgemeenschap van 50% - 50% naar 10% - 90% levert geen belaste schenking op

Uitspraak

Periodieke uitbetaling erfenis moet niet gelijk worden gesteld met inkomen

Uitspraak

De heffingsgrondslag bij verkrijging van eeuwigdurend erfpachtrecht is gelijk aan de afkoopsom

Uitspraak

Juridische afsplitsing leidt in casu niet tot aanbiedingsplicht, latere aandelenoverdracht wél

Uitspraak

Nietig vergoedingsbeding in samenlevingsovereenkomst is notaris niet te verwijten

Uitspraak

Nederlandse btw-regeling over herziening in één keer is conform BTW-richtlijn

Uitspraak

Vordering tot schadevergoeding vanwege niet-ingeschreven huwelijkse voorwaarden is verjaard

Uitspraak

Tweetrapsmaking leidt niet tot herleving van huwelijksgemeenschap

Door terbeschikkingstelling van de woning aan dochter geen sprake meer van een eigen woning

Procedureverloop
Hoge Raad, 23-10-2020, nr. 19/05223, ECLI:NL:HR:2020:1667
Hof Den Bosch, 24-10-2019, nr. 18/00691 en 18/00692, ECLI:NL:GHSHE:2019:4006

Gerelateerde thema's
Eigen woning (art. 3.111 Wet IB 2001)


Mail a friend

Casus
X is in 2011 door zijn werkgever uitgezonden naar het buitenland. Hij heeft tot de uitzending tezamen met zijn echtgenote Y gewoond in een woning in Z (hierna: de woning). Y heeft tot begin 2014 in de BRP op het adres van de woning ingeschreven gestaan en is daarna ingeschreven op het buitenlandse adres van X. X en Y verbleven in de woning wanneer zij naar Nederland kwamen. In 2017 zijn X en Y teruggekeerd naar Nederland en wonen sindsdien weer in de woning. Eén van de dochters van X en Y woonde tot 22 oktober 2010 in de woning. Daarna woonde zij voor haar studie op kamers en stond zij elders ingeschreven in de BRP. In de weekenden verbleef zij in de ouderlijke woning. Van 10 maart 2014 tot en met 7 mei 2014 was de woning het hoofdverblijf van de dochter en stond zij op het adres van de woning ingeschreven. In geschil is of X de woning met ingang van 10 maart 2014 aan een derde ter beschikking heeft gesteld in de zin van art. 3.111 lid 6 onder a Wet IB 2001, met als gevolg dat de woning vanaf die datum niet meer kan worden aangemerkt ...


Niet ingelogd - Welkom bij Via Juridica

Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn. U kunt rechtsboven inloggen.

Geen inloggegevens?
Heeft u nog geen inloggegevens, dan kunt u dit document los kopen of een abonnement afsluiten.
Voor (voltijd)studenten is een abonnement gratis.

Gebruikers van Via Juridica

Hieronder treft u enkele notariskantoren aan die toegang hebben tot de inhoud van de databank Via Juridica. Als particulier kunt u bij deze kantoren terecht voor een antwoord op uw vragen.
Bent u notaris, heeft u een abonnement op Via Juridica en staat het logo van uw kantoor hier nog niet bij? Mail uw logo dan naar info@fbn.nl zodat wij deze kunnen plaatsen.