LOADING  
Fiscaal
Civiel

Terug

Overige zoekresultaten

Uitspraak

Voor warmte-koude-opslaginstallaties (WKO) geldt netwerkvrijstelling

Uitspraak

Kadaster kan als rechthebbende op de derdengeldenrekening worden aangemerkt

Uitspraak

Familielening kwalificeert niet als eigenwoningschuld omdat te laat is voldaan aan informatieplicht

Uitspraak

Geen aantekeningen van bespreking aktewijziging komt voor risico notaris

Uitspraak

Afwijzing verzoek buitenwerkingstelling UBO-register wegens privacyschending

Uitspraak

Verbouwingsuitgaven als geheel bezien bij omvangrijke verbouwing van eigen woning (complexgedachte)

Uitspraak

Box 3-heffing vormt individuele en buitensporige last wegens interen op vermogen van € 1,3 miljoen

Uitspraak

Geen open fonds voor gemene rekening vanwege het ontbreken van een afgescheiden vermogen

Uitspraak

En/of-rekening leeggehaald zonder dat bank wist van overlijden

Uitspraak

Opgewekt vertrouwen door onjuiste mededeling op website Belastingdienst

Box 3-heffing vormt individuele en buitensporige last wegens interen op vermogen van € 1,3 miljoen

Procedureverloop
Rechtbank Noord-Nederland, 09-11-2021, nr. 20/2857, ECLI:NL:RBNNE:2021:4802

Gerelateerde thema's
Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (art. 5.1 Wet IB 2001)


Mail a friend
De redactie

Casus
X en partner Y hebben samen in 2018 € 1,3 miljoen vermogen. Zij hebben hieruit aan rente en dividenden € 26.427 genoten. X en Y bewonen een woning zonder hypothecaire schuld. X heeft na aftrek van persoonsgebonden aftrek een box 1-inkomen (winst uit onderneming) van negatief € 359. X heeft in 2018 € 23.162 aan zijn eenmanszaak onttrokken. Y heeft geen box 1 inkomen. Beiden hebben ook geen box 2-inkomen. De effectieve box 3-heffing van X en Y bedraagt na aftrek van de heffingskortingen waarop ze recht hebben in totaal € 10.451. In geschil is of de box 3-heffing voor X een individuele en buitensporige last vormt. 

Rechtbank
Bij de beoordeling of de belastingplichtige door de box 3-heffing wordt geconfronteerd met een individuele en buitensporige last, moet de rechter die heffing bezien in samenhang met de gehele financiële situatie van de betrokkene (HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:831). Naar het oordeel van de Rechtbank gaat het gelet op de aard van de ‘gemeenschappelijke inkomensbestanddelen’ in de zin van art. 2.17 lid 2 Wet IB 2001 om de financiële situatie van de belastingplichtige en zijn (fiscaal) partner gezamenlijk. Anders dan de inspecteur oordeelt de Rechtbank dat een privéonttrekking uit de onderneming niet kan worden gezien als inkomen waaruit de ...


Niet ingelogd - Welkom bij Via Juridica

Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn. U kunt rechtsboven inloggen.

Geen inloggegevens?
Heeft u nog geen inloggegevens, dan kunt u dit document los kopen of een abonnement afsluiten.
Voor (voltijd)studenten is een abonnement gratis.

Gebruikers van Via Juridica

Hieronder treft u enkele notariskantoren aan die toegang hebben tot de inhoud van de databank Via Juridica. Als particulier kunt u bij deze kantoren terecht voor een antwoord op uw vragen.
Bent u notaris, heeft u een abonnement op Via Juridica en staat het logo van uw kantoor hier nog niet bij? Mail uw logo dan naar info@fbn.nl zodat wij deze kunnen plaatsen.